BWBR0041619
Geldig vanaf 2023-05-27
Artikel 5
Subsidieregeling onderwijspersoneel opleiding tot leraar
1. De minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van binnenkomst van de aanvragen.
2. De minister verstrekt per bevoegd gezag of samenwerkingsverband voor maximaal vijf onderwijsassistenten of leraarondersteuners subsidie.
3. Indien het voor subsidieverstrekking beschikbare bedrag in het betreffende kalenderjaar na toepassing van het eerste en tweede lid niet wordt uitgeput, worden de resterende middelen in afwijking van het tweede lid verdeeld over een zesde aanvraag per bevoegd gezag of samenwerkingsverband. Hierbij wordt beslist in volgorde van binnenkomst van de aanvragen.
4. Indien het voor subsidieverstrekking beschikbare bedrag na toepassing van het derde lid op 15 oktober van het betreffende kalenderjaar niet wordt uitgeput, is het derde lid van overeenkomstige toepassing op elke volgende onderwijsassistent of leraarondersteuner.
5. Indien het voor subsidieverstrekking beschikbare bedrag na toepassing van het vierde lid niet wordt uitgeput, wordt het resterende bedrag toegevoegd aan het voor dat kalenderjaar vastgestelde subsidiebedrag voor het voortgezet onderwijs, bedoeld in artikel 8b.
6. Indien een aanvraag voor subsidieverstrekking in het jaar 2021 niet kan worden toegewezen omdat het subsidieplafond is bereikt, wordt zij aangemerkt als aanvraag voor subsidieverstrekking in het jaar 2022 en behandeld als ware zij op 16 oktober 2021 ingediend.
7. Indien een aanvraag voor subsidieverstrekking in het jaar 2022, 2023, 2024 of 2025 niet kan worden toegewezen omdat het subsidieplafond is bereikt, wordt de aanvraag aangemerkt als aanvraag voor subsidieverstrekking in het daaropvolgende kalenderjaar en behandeld als ware zij ingediend op 1 januari van dat daaropvolgende kalenderjaar.
2. De minister verstrekt per bevoegd gezag of samenwerkingsverband voor maximaal vijf onderwijsassistenten of leraarondersteuners subsidie.
3. Indien het voor subsidieverstrekking beschikbare bedrag in het betreffende kalenderjaar na toepassing van het eerste en tweede lid niet wordt uitgeput, worden de resterende middelen in afwijking van het tweede lid verdeeld over een zesde aanvraag per bevoegd gezag of samenwerkingsverband. Hierbij wordt beslist in volgorde van binnenkomst van de aanvragen.
4. Indien het voor subsidieverstrekking beschikbare bedrag na toepassing van het derde lid op 15 oktober van het betreffende kalenderjaar niet wordt uitgeput, is het derde lid van overeenkomstige toepassing op elke volgende onderwijsassistent of leraarondersteuner.
5. Indien het voor subsidieverstrekking beschikbare bedrag na toepassing van het vierde lid niet wordt uitgeput, wordt het resterende bedrag toegevoegd aan het voor dat kalenderjaar vastgestelde subsidiebedrag voor het voortgezet onderwijs, bedoeld in artikel 8b.
6. Indien een aanvraag voor subsidieverstrekking in het jaar 2021 niet kan worden toegewezen omdat het subsidieplafond is bereikt, wordt zij aangemerkt als aanvraag voor subsidieverstrekking in het jaar 2022 en behandeld als ware zij op 16 oktober 2021 ingediend.
7. Indien een aanvraag voor subsidieverstrekking in het jaar 2022, 2023, 2024 of 2025 niet kan worden toegewezen omdat het subsidieplafond is bereikt, wordt de aanvraag aangemerkt als aanvraag voor subsidieverstrekking in het daaropvolgende kalenderjaar en behandeld als ware zij ingediend op 1 januari van dat daaropvolgende kalenderjaar.