BWBR0041053
Geldig vanaf 2020-10-27
Artikel 8
Regeling kwaliteitsafspraken mbo 2019–2022
1. De adviescommissie beoordeelt of de kwaliteitsagenda van een instelling voldoet aan deze regeling en of zij kwalitatief voldoende is. De adviescommissie beoordeelt de kwaliteitsagenda op grond van het beoordelingskader dat als bijlage 2bij deze regeling is gevoegd.
2. De instelling licht de kwaliteitsagenda toe indien de adviescommissie daaraan behoefte heeft.
3. De adviescommissie informeert de instelling uiterlijk op 31 maart 2019 over haar voorlopig advies over de kwaliteitsagenda.
4. Indien het voorlopige advies van de adviescommissie inhoudt dat de kwaliteitsagenda van een instelling onvoldoende bevonden wordt, kan de instelling uiterlijk op 1 mei 2019 een aangepaste kwaliteitsagenda bij de adviescommissie indienen.
5. De adviescommissie adviseert de minister uiterlijk op 14 juni 2019 over de kwaliteitsagenda van de instelling.
6. Met inachtneming van het advies van de adviescommissie besluit de minister uiterlijk op 1 augustus of de kwaliteitsagenda kwalitatief voldoende is.
7. Indien de kwaliteitsagenda onvoldoende is komt de instelling niet in aanmerking voor zowel het investerings- als het resultaatafhankelijk budget.
8. Bij een voldoende oordeel van de kwaliteitsagenda wordt het investeringsbudget jaarlijks verstrekt voor de kalenderjaren 2019 tot en met 2022.
9. Het investeringsbudget wordt, zonder verlening, vastgesteld:
a. voor het kalenderjaar 2019 uiterlijk in september 2019;
b. voor de kalenderjaren 2020 tot en met 2022 jaarlijks in november voorafgaand aan het kalenderjaar waarop het investeringsbudget ziet.
2. De instelling licht de kwaliteitsagenda toe indien de adviescommissie daaraan behoefte heeft.
3. De adviescommissie informeert de instelling uiterlijk op 31 maart 2019 over haar voorlopig advies over de kwaliteitsagenda.
4. Indien het voorlopige advies van de adviescommissie inhoudt dat de kwaliteitsagenda van een instelling onvoldoende bevonden wordt, kan de instelling uiterlijk op 1 mei 2019 een aangepaste kwaliteitsagenda bij de adviescommissie indienen.
5. De adviescommissie adviseert de minister uiterlijk op 14 juni 2019 over de kwaliteitsagenda van de instelling.
6. Met inachtneming van het advies van de adviescommissie besluit de minister uiterlijk op 1 augustus of de kwaliteitsagenda kwalitatief voldoende is.
7. Indien de kwaliteitsagenda onvoldoende is komt de instelling niet in aanmerking voor zowel het investerings- als het resultaatafhankelijk budget.
8. Bij een voldoende oordeel van de kwaliteitsagenda wordt het investeringsbudget jaarlijks verstrekt voor de kalenderjaren 2019 tot en met 2022.
9. Het investeringsbudget wordt, zonder verlening, vastgesteld:
a. voor het kalenderjaar 2019 uiterlijk in september 2019;
b. voor de kalenderjaren 2020 tot en met 2022 jaarlijks in november voorafgaand aan het kalenderjaar waarop het investeringsbudget ziet.