BWBR0040909
Geldig vanaf 2018-05-19
Artikel 9
Interne klokkenluidersregeling MIVD
1. Het bevoegd gezag stelt onverwijld een onderzoek in naar het vermoeden van een misstand, tenzij:
a. de melding niet voldoet aan het bepaalde in artikel 126, derde lid, van de Wiv 2017;
b. de melding kennelijk ongegrond is;
c. het maatschappelijk belang in het geding is bij de schending van een wettelijk voorschrift gedurende een onderzoek door de interne commissie misstandenbehandeling, dan wel de ernst van de misstand, onvoldoende is;
d. een melding, dezelfde misstand betreffende, bij de interne commissie misstandenbehandeling in behandeling is of, behoudens indien een nieuw feit of een nieuwe omstandigheid bekend is geworden en zulks tot een ander oordeel over de bedoelde misstand zou hebben kunnen leiden, door de interne commissie misstandenbehandeling is afgedaan;
e. bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak reeds over de misstand is geoordeeld;
f. de melder naar het oordeel van de interne commissie misstandenbehandeling onvoldoende meewerkt aan een zorgvuldig verloop van het onderzoek en het bewaren van de vertrouwelijkheid van uitkomsten van het onderzoek.
2. Het bevoegd gezag meldt het achterwege laten van een onderzoek en van de verdere behandeling van de melding zo spoedig mogelijk schriftelijk en gemotiveerd aan de melder, al dan niet via de vertrouwenspersoon of de interne commissie misstandenbehandeling, alsmede aan de persoon of personen op wie de melding betrekking heeft, indien deze op de hoogte zijn gebracht van de melding.
3. Bij de kennisgeving, bedoeld in het tweede lid, wordt mededeling gedaan van de mogelijkheid het vermoeden van een misstand te melden bij de afdeling klachtbehandeling.
4. Het onderzoek wordt niet verricht door een persoon die mogelijk betrokken is of is geweest bij de vermoedelijke misstand of op onvoldoende afstand staat van de te onderzoeken kwestie of personen.
a. de melding niet voldoet aan het bepaalde in artikel 126, derde lid, van de Wiv 2017;
b. de melding kennelijk ongegrond is;
c. het maatschappelijk belang in het geding is bij de schending van een wettelijk voorschrift gedurende een onderzoek door de interne commissie misstandenbehandeling, dan wel de ernst van de misstand, onvoldoende is;
d. een melding, dezelfde misstand betreffende, bij de interne commissie misstandenbehandeling in behandeling is of, behoudens indien een nieuw feit of een nieuwe omstandigheid bekend is geworden en zulks tot een ander oordeel over de bedoelde misstand zou hebben kunnen leiden, door de interne commissie misstandenbehandeling is afgedaan;
e. bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak reeds over de misstand is geoordeeld;
f. de melder naar het oordeel van de interne commissie misstandenbehandeling onvoldoende meewerkt aan een zorgvuldig verloop van het onderzoek en het bewaren van de vertrouwelijkheid van uitkomsten van het onderzoek.
2. Het bevoegd gezag meldt het achterwege laten van een onderzoek en van de verdere behandeling van de melding zo spoedig mogelijk schriftelijk en gemotiveerd aan de melder, al dan niet via de vertrouwenspersoon of de interne commissie misstandenbehandeling, alsmede aan de persoon of personen op wie de melding betrekking heeft, indien deze op de hoogte zijn gebracht van de melding.
3. Bij de kennisgeving, bedoeld in het tweede lid, wordt mededeling gedaan van de mogelijkheid het vermoeden van een misstand te melden bij de afdeling klachtbehandeling.
4. Het onderzoek wordt niet verricht door een persoon die mogelijk betrokken is of is geweest bij de vermoedelijke misstand of op onvoldoende afstand staat van de te onderzoeken kwestie of personen.