BWBR0040909
Geldig vanaf 2018-05-19
Artikel 14
Interne klokkenluidersregeling MIVD
1. De melder, de vertrouwenspersoon, de leidinggevende, een lid van de interne commissie misstandenbehandeling of de misstandencoördinator die bezwaar maakt of een gerechtelijke procedure instelt, kan aanspraak maken op een tegemoetkoming in de kosten van die procedure, op voorwaarde dat:
a. de procedure is gericht tegen een gestelde benadeling als gevolg van een melding dan wel de procedure is gericht tegen een gestelde benadeling van de vertrouwenspersoon als gevolg van de uitoefening van zijn functie als vertrouwenspersoon;
b. de benadeling, bedoeld in onderdeel a, heeft plaatsgevonden binnen vijf jaar nadat de melding is afgehandeld.
2. De melder, de vertrouwenspersoon, de leidinggevende of een lid van de interne commissie misstandenbehandeling die zijn zienswijze naar voren brengt met betrekking tot een voorgenomen beslissing of handeling die naar zijn of haar oordeel een benadeling inhoudt als gevolg van een melding of van de uitoefening van zijn of haar functie als vertrouwenspersoon, leidinggevende, lid van de interne commissie misstandenbehandeling of misstandencoördinator, kan aanspraak maken op een tegemoetkoming in de kosten, indien:
a. het voornemen kenbaar is gemaakt binnen de in het eerste lid, onder b, genoemde termijn; en
b. in de zienswijze naar voren wordt gebracht dat de voorgenomen beslissing of handeling het gevolg is van de melding of van de uitoefening van zijn of haar functie als vertrouwenspersoon dan wel lid van de interne commissie misstandenbehandeling.
3. De melder, de vertrouwenspersoon, de leidinggevende, een lid van de interne commissie misstandenbehandeling of de misstandencoördinator richt een verzoek om een tegemoetkoming aan het bevoegd gezag.
4. Aanspraak op een tegemoetkoming bestaat alleen voor zover in verband met de in het eerste en tweede lid bedoelde procedures daadwerkelijk kosten worden of zijn gemaakt met betrekking tot door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
a. de procedure is gericht tegen een gestelde benadeling als gevolg van een melding dan wel de procedure is gericht tegen een gestelde benadeling van de vertrouwenspersoon als gevolg van de uitoefening van zijn functie als vertrouwenspersoon;
b. de benadeling, bedoeld in onderdeel a, heeft plaatsgevonden binnen vijf jaar nadat de melding is afgehandeld.
2. De melder, de vertrouwenspersoon, de leidinggevende of een lid van de interne commissie misstandenbehandeling die zijn zienswijze naar voren brengt met betrekking tot een voorgenomen beslissing of handeling die naar zijn of haar oordeel een benadeling inhoudt als gevolg van een melding of van de uitoefening van zijn of haar functie als vertrouwenspersoon, leidinggevende, lid van de interne commissie misstandenbehandeling of misstandencoördinator, kan aanspraak maken op een tegemoetkoming in de kosten, indien:
a. het voornemen kenbaar is gemaakt binnen de in het eerste lid, onder b, genoemde termijn; en
b. in de zienswijze naar voren wordt gebracht dat de voorgenomen beslissing of handeling het gevolg is van de melding of van de uitoefening van zijn of haar functie als vertrouwenspersoon dan wel lid van de interne commissie misstandenbehandeling.
3. De melder, de vertrouwenspersoon, de leidinggevende, een lid van de interne commissie misstandenbehandeling of de misstandencoördinator richt een verzoek om een tegemoetkoming aan het bevoegd gezag.
4. Aanspraak op een tegemoetkoming bestaat alleen voor zover in verband met de in het eerste en tweede lid bedoelde procedures daadwerkelijk kosten worden of zijn gemaakt met betrekking tot door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.