BWBR0040909
Geldig vanaf 2018-05-19
Artikel 2
Interne klokkenluidersregeling MIVD
1. Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat een melder als gevolg van het te goeder trouw en naar behoren melden van een vermoeden van een misstand of een vertrouwenspersoon, de leidinggevende, een lid van de interne commissie misstandenbehandeling of de misstandencoördinator vanwege diens functie bij de uitoefening daarvan, geen nadelige gevolgen ondervindt tijdens en na de behandeling van de melding.
2. Ten aanzien van een melder die anderszins arbeid verricht of heeft verricht bij de MIVD wordt als gevolg van het te goeder trouw en naar behoren melden van een vermoeden van een misstand geen beslissing genomen of handeling verricht met nadelige gevolgen voor zijn of haar rechtspositie tijdens en na de behandeling van deze melding bij het bevoegd gezag en de afdeling klachtbehandeling.
3. Ten aanzien van een vertrouwenspersoon, de leidinggevende, een lid van de interne commissie misstandenbehandeling of de misstandencoördinator wordt vanwege de uitoefening van zijn of haar taken op basis van dit besluit geen beslissing genomen of handeling verricht met nadelige gevolgen voor zijn rechtspositie.
2. Ten aanzien van een melder die anderszins arbeid verricht of heeft verricht bij de MIVD wordt als gevolg van het te goeder trouw en naar behoren melden van een vermoeden van een misstand geen beslissing genomen of handeling verricht met nadelige gevolgen voor zijn of haar rechtspositie tijdens en na de behandeling van deze melding bij het bevoegd gezag en de afdeling klachtbehandeling.
3. Ten aanzien van een vertrouwenspersoon, de leidinggevende, een lid van de interne commissie misstandenbehandeling of de misstandencoördinator wordt vanwege de uitoefening van zijn of haar taken op basis van dit besluit geen beslissing genomen of handeling verricht met nadelige gevolgen voor zijn rechtspositie.