BWBR0040726
Geldig vanaf 2018-03-21
Artikel 32
Eerste Regeling bekostiging personeel PO 2018–2019 en vaststelling bedragen voor ondersteuning van leerlingen in het PO en VO 2018–2019
1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
a. school: bekostigde basisschool als bedoeld in de WPO;
b. asielzoeker: vreemdeling als bedoeld in de Vreemdelingenwet 2000, die ingeschreven staat op een school, die door de Minister van Justitie en Veiligheid in het bezit is gesteld van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000 en deze heeft verkregen op grond van artikel 8, onderdelen c, d, f, g, h of j van die wet, onderscheidenlijk van wie tenminste één van de ouders of voogden door de Minister van Justitie en Veiligheid in het bezit is gesteld van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000 en deze heeft verkregen op grond van artikel 8, onderdelen c, d, f, g, h of j van die wet en aantoonbaar nog geen jaar woonachtig is in Nederland;
c. overige vreemdeling: vreemdeling als bedoeld in de Vreemdelingenwet 2000, niet zijnde een asielzoeker, die ingeschreven staat op een school, die door de Minister van Justitie en Veiligheid in het bezit is gesteld van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000, onderscheidenlijk van wie tenminste één van de ouders of voogden door de Minister van Justitie en Veiligheid in het bezit is gesteld van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000; dan wel die in het bezit is van een paspoort of identiteitsbewijs waaruit blijkt dat hij of zij burger is van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, dan wel waarvan tenminste één van de ouders in het bezit is van een paspoort of identiteitsbewijs waaruit blijkt dat hij of zij burger is van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland en aantoonbaar nog geen jaar woonachtig is in Nederland;
d. BRP: basisregistratie personen.
2. Het bevoegd gezag van een school waar de eerste opvang in het onderwijs wordt verzorgd voor tenminste 4 asielzoekers of overige vreemdelingen, ontvangt op aanvraag bijzondere bekostiging voor personeel en aanvullende bekostiging voor materiële instandhouding.
3. De bijzondere en aanvullende bekostiging heeft betrekking op een periode van drie maanden, met als peildata:
a. de eerste schooldag voor de periode augustus tot en met oktober;
b. 1 november voor de periode november tot en met januari;
c. 1 februari voor de periode februari tot en met april;
d. 1 mei voor de periode mei tot en met juli.
Het bevoegd gezag dient ter verkrijging van de bijzondere en aanvullende bekostiging een aanvraag in die indien het de peildatum de eerste schooldag betreft door DUO moet zijn ontvangen voor 30 september 2018 en indien het een andere peildatum betreft binnen vier weken na de peildatum. De aanvraag wordt in ieder geval afgewezen indien het een aanvraag betreft welke is ontvangen na deze termijn.
4. Een school die niet eerder eerste opvang van vreemdelingen respectievelijk eerste opvang van asielzoekers of overige vreemdelingen verzorgde, komt in aanmerking voor een eenmalige aanvulling op de bijzondere bekostiging van € 11.148.
5. Voor het indienen van een aanvraag wordt gebruikgemaakt van het daarvoor beschikbaar gestelde formulier op www.duo.nl en gaat vergezeld van de volgende gegevens:
a. naam, BRIN-nummer, postcode en plaats van de school;
b. indien de peildatum de eerste schooldag betreft het aantal ingeschreven asielzoekers en het aantal ingeschreven overige vreemdelingen op de eerste schooldag, en het aantal asielzoekers dat op 1 oktober van het voorgaande schooljaar aan de school stond ingeschreven of indien de peildatum niet de eerste schooldag betreft het aantal ingeschreven asielzoekers en het aantal ingeschreven overige vreemdelingen op de peildatum;
c. in geval van toepassing van het vierde lid, een verklaring dat de school niet eerder de eerste opvang van vreemdelingen respectievelijk de eerste opvang van asielzoekers of overige vreemdelingen heeft verzorgd.
6. Het bevoegd gezag verklaart door indiening van de aanvraag dat in de leerlingenadministratie voor ieder van de in de aanvraag opgenomen asielzoekers en overige vreemdelingen kopieën aanwezig zijn van de in het eerste lid genoemde documenten, schriftelijke verklaringen, paspoorten of identiteitsbewijzen die als voorwaarde gelden voor de toekenning van bijzondere en aanvullende bekostiging op basis van dit artikel. Van alle asielzoekers en overige vreemdelingen die meetellen voor de in de aanvraag opgegeven aantallen leerlingen dienen de gegevens uit de BRP, zoals geregistreerd in het basisregister onderwijs, als uitgangspunt. In het geval de registratie in de BRP ontbreekt of afwijkt van de door het bevoegd gezag van de school aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aangeleverde gegevens, verklaart het bevoegd gezag door de indiening van de aanvraag tevens dat een kopie van één of meer documenten uit onderstaande limitatieve lijst, waarmee de opgegeven datum van binnenkomst in Nederland kan worden aangetoond, in de administratie van de school aanwezig is:
– een datumstempel in het paspoort bij binnenkomst in Nederland,
– een beschikking van de Minister van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000,
– een rapportage van de Immigratie- en Naturalisatiedienst,
– een registratieformulier van het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers.
7. Het bevoegd gezag ontvangt de beschikking uiterlijk vier maanden na ontvangst van de aanvraag.
8. De in het tweede lid bedoelde bekostiging wordt berekend volgens de formules:
Indien de peildatum de eerste schooldag betreft en
indien Ap groter dan At:
(Ap – At) x € 9.304,30 x 3/12, met dien verstande dat ingeval er op of voor de peildatum groeibekostiging als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0003862/artikel/29" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 29 van het Besluit bekostiging WPO</a>aan het desbetreffende bevoegd gezag is toegekend, voor het aantal leerlingen waarvoor de groeibekostiging tot en met de peildatum is toegekend, dan wel indien dit kleiner is voor (Ap – At), een aftrek plaatsvindt van € 3.081,68 per leerling, welk bedrag wordt vermenigvuldigd met 3/12, verhoogd met At x (€ 2.822,24 + € 83,88) x 3/12 en verhoogd met Vp x (€ 2.822,24 + € 83,88) x 3/12 of
indien Ap niet groter dan At:
Ap x (€ 2.822,24 + € 83,88) x 3/12 verhoogd met Vp x (€ 2.822,24 + € 83,88) x 3/12;
waarin:
Ap = het aantal op de eerste schooldag ingeschreven leerlingen dat asielzoeker is;
At = het aantal op 1 oktober van het voorgaande schooljaar ingeschreven leerlingen dat op de eerste schooldag asielzoeker is;
Vp = het aantal op de eerste schooldag ingeschreven leerlingen dat overige vreemdeling is.
Indien de peildatum niet de eerste schooldag betreft:
Ap x € 9.304,30 x 3/12, met dien verstande dat ingeval er op of voor de peildatum groeibekostiging als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0003862/artikel/29" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 29</a>of <a href="/wet/BWBR0003862/artikel/30" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">30 van het Besluit bekostiging WPO</a>aan het desbetreffende bevoegd gezag is toegekend, voor het aantal leerlingen waarvoor de groeibekostiging tot en met de peildatum is toegekend, dan wel indien dit kleiner is voor Ap, een aftrek plaatsvindt van € 3.081,68 per leerling, welk bedrag wordt vermenigvuldigd met 3/12, verhoogd met Vp x (€ 2.822,24 + € 83,88) x 3/12;
waarin:
Ap = het aantal op de peildatum ingeschreven leerlingen dat asielzoeker is;
Vp = het aantal op de peildatum ingeschreven leerlingen dat overige vreemdeling is.
a. school: bekostigde basisschool als bedoeld in de WPO;
b. asielzoeker: vreemdeling als bedoeld in de Vreemdelingenwet 2000, die ingeschreven staat op een school, die door de Minister van Justitie en Veiligheid in het bezit is gesteld van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000 en deze heeft verkregen op grond van artikel 8, onderdelen c, d, f, g, h of j van die wet, onderscheidenlijk van wie tenminste één van de ouders of voogden door de Minister van Justitie en Veiligheid in het bezit is gesteld van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000 en deze heeft verkregen op grond van artikel 8, onderdelen c, d, f, g, h of j van die wet en aantoonbaar nog geen jaar woonachtig is in Nederland;
c. overige vreemdeling: vreemdeling als bedoeld in de Vreemdelingenwet 2000, niet zijnde een asielzoeker, die ingeschreven staat op een school, die door de Minister van Justitie en Veiligheid in het bezit is gesteld van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000, onderscheidenlijk van wie tenminste één van de ouders of voogden door de Minister van Justitie en Veiligheid in het bezit is gesteld van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000; dan wel die in het bezit is van een paspoort of identiteitsbewijs waaruit blijkt dat hij of zij burger is van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, dan wel waarvan tenminste één van de ouders in het bezit is van een paspoort of identiteitsbewijs waaruit blijkt dat hij of zij burger is van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland en aantoonbaar nog geen jaar woonachtig is in Nederland;
d. BRP: basisregistratie personen.
2. Het bevoegd gezag van een school waar de eerste opvang in het onderwijs wordt verzorgd voor tenminste 4 asielzoekers of overige vreemdelingen, ontvangt op aanvraag bijzondere bekostiging voor personeel en aanvullende bekostiging voor materiële instandhouding.
3. De bijzondere en aanvullende bekostiging heeft betrekking op een periode van drie maanden, met als peildata:
a. de eerste schooldag voor de periode augustus tot en met oktober;
b. 1 november voor de periode november tot en met januari;
c. 1 februari voor de periode februari tot en met april;
d. 1 mei voor de periode mei tot en met juli.
Het bevoegd gezag dient ter verkrijging van de bijzondere en aanvullende bekostiging een aanvraag in die indien het de peildatum de eerste schooldag betreft door DUO moet zijn ontvangen voor 30 september 2018 en indien het een andere peildatum betreft binnen vier weken na de peildatum. De aanvraag wordt in ieder geval afgewezen indien het een aanvraag betreft welke is ontvangen na deze termijn.
4. Een school die niet eerder eerste opvang van vreemdelingen respectievelijk eerste opvang van asielzoekers of overige vreemdelingen verzorgde, komt in aanmerking voor een eenmalige aanvulling op de bijzondere bekostiging van € 11.148.
5. Voor het indienen van een aanvraag wordt gebruikgemaakt van het daarvoor beschikbaar gestelde formulier op www.duo.nl en gaat vergezeld van de volgende gegevens:
a. naam, BRIN-nummer, postcode en plaats van de school;
b. indien de peildatum de eerste schooldag betreft het aantal ingeschreven asielzoekers en het aantal ingeschreven overige vreemdelingen op de eerste schooldag, en het aantal asielzoekers dat op 1 oktober van het voorgaande schooljaar aan de school stond ingeschreven of indien de peildatum niet de eerste schooldag betreft het aantal ingeschreven asielzoekers en het aantal ingeschreven overige vreemdelingen op de peildatum;
c. in geval van toepassing van het vierde lid, een verklaring dat de school niet eerder de eerste opvang van vreemdelingen respectievelijk de eerste opvang van asielzoekers of overige vreemdelingen heeft verzorgd.
6. Het bevoegd gezag verklaart door indiening van de aanvraag dat in de leerlingenadministratie voor ieder van de in de aanvraag opgenomen asielzoekers en overige vreemdelingen kopieën aanwezig zijn van de in het eerste lid genoemde documenten, schriftelijke verklaringen, paspoorten of identiteitsbewijzen die als voorwaarde gelden voor de toekenning van bijzondere en aanvullende bekostiging op basis van dit artikel. Van alle asielzoekers en overige vreemdelingen die meetellen voor de in de aanvraag opgegeven aantallen leerlingen dienen de gegevens uit de BRP, zoals geregistreerd in het basisregister onderwijs, als uitgangspunt. In het geval de registratie in de BRP ontbreekt of afwijkt van de door het bevoegd gezag van de school aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aangeleverde gegevens, verklaart het bevoegd gezag door de indiening van de aanvraag tevens dat een kopie van één of meer documenten uit onderstaande limitatieve lijst, waarmee de opgegeven datum van binnenkomst in Nederland kan worden aangetoond, in de administratie van de school aanwezig is:
– een datumstempel in het paspoort bij binnenkomst in Nederland,
– een beschikking van de Minister van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000,
– een rapportage van de Immigratie- en Naturalisatiedienst,
– een registratieformulier van het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers.
7. Het bevoegd gezag ontvangt de beschikking uiterlijk vier maanden na ontvangst van de aanvraag.
8. De in het tweede lid bedoelde bekostiging wordt berekend volgens de formules:
Indien de peildatum de eerste schooldag betreft en
indien Ap groter dan At:
(Ap – At) x € 9.304,30 x 3/12, met dien verstande dat ingeval er op of voor de peildatum groeibekostiging als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0003862/artikel/29" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 29 van het Besluit bekostiging WPO</a>aan het desbetreffende bevoegd gezag is toegekend, voor het aantal leerlingen waarvoor de groeibekostiging tot en met de peildatum is toegekend, dan wel indien dit kleiner is voor (Ap – At), een aftrek plaatsvindt van € 3.081,68 per leerling, welk bedrag wordt vermenigvuldigd met 3/12, verhoogd met At x (€ 2.822,24 + € 83,88) x 3/12 en verhoogd met Vp x (€ 2.822,24 + € 83,88) x 3/12 of
indien Ap niet groter dan At:
Ap x (€ 2.822,24 + € 83,88) x 3/12 verhoogd met Vp x (€ 2.822,24 + € 83,88) x 3/12;
waarin:
Ap = het aantal op de eerste schooldag ingeschreven leerlingen dat asielzoeker is;
At = het aantal op 1 oktober van het voorgaande schooljaar ingeschreven leerlingen dat op de eerste schooldag asielzoeker is;
Vp = het aantal op de eerste schooldag ingeschreven leerlingen dat overige vreemdeling is.
Indien de peildatum niet de eerste schooldag betreft:
Ap x € 9.304,30 x 3/12, met dien verstande dat ingeval er op of voor de peildatum groeibekostiging als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0003862/artikel/29" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 29</a>of <a href="/wet/BWBR0003862/artikel/30" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">30 van het Besluit bekostiging WPO</a>aan het desbetreffende bevoegd gezag is toegekend, voor het aantal leerlingen waarvoor de groeibekostiging tot en met de peildatum is toegekend, dan wel indien dit kleiner is voor Ap, een aftrek plaatsvindt van € 3.081,68 per leerling, welk bedrag wordt vermenigvuldigd met 3/12, verhoogd met Vp x (€ 2.822,24 + € 83,88) x 3/12;
waarin:
Ap = het aantal op de peildatum ingeschreven leerlingen dat asielzoeker is;
Vp = het aantal op de peildatum ingeschreven leerlingen dat overige vreemdeling is.