BWBR0040726
Geldig vanaf 2018-03-21
Artikel 14
Eerste Regeling bekostiging personeel PO 2018–2019 en vaststelling bedragen voor ondersteuning van leerlingen in het PO en VO 2018–2019
1. De geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd op 1 oktober 2017 en de genormeerde gemiddelde personeelslasten van leraren, onderwijsondersteunend personeel, respectievelijk van de schoolleiding van scholen voor speciaal, voortgezet speciaal en speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0003549/artikel/117" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 117, twaalfde lid, van de WEC</a>, bedragen:
a. geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd: 41,47 jaar;
b. genormeerde gemiddelde personeelslasten leraar: € 66.569,69;
c. genormeerde gemiddelde personeelslasten onderwijsondersteunend personeel: € 39.449,61;
d. genormeerde gemiddelde personeelslasten schoolleiding: € 86.507,03.
2. Het formatiebasisbedrag respectievelijk het formatieleeftijdsbedrag, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0004259/artikel/31" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 31, onderdeel a, respectievelijk onderdeel b, van het Besluit bekostiging WEC</a>, is voor de scholen, bedoeld in het eerste lid:
a. formatiebasisbedrag: € 23.126,26;
b. formatieleeftijdsbedrag: € 1.047,59.
3. Het bedrag per school en per leerling, respectievelijk de vermenigvuldigingsbedragen, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0003549/artikel/117" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 117, achtste lid, van de WEC</a>, worden vastgesteld zoals weergegeven in onderstaande tabel.
[tabel]
4. De ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van leraren van scholen voor speciaal, voortgezet speciaal en speciaal en voortgezet speciaal onderwijs ten opzichte van het schooljaar 2017–2018 bedraagt 0,191%. De ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van het onderwijsondersteunend personeel van deze scholen ten opzichte van het schooljaar 2017–2018 bedraagt 0,000% en de ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van de schoolleiding van deze scholen ten opzichte van het schooljaar 2017–2018 bedraagt 0,000%.
5. In de genormeerde gemiddelde personeelslasten bedoeld in het eerste lid, is een verlaging van 0,724% verwerkt op basis van de gemiddelde inkomsten waarop de bevoegd gezagen, bedoeld in de WEC gedurende het schooljaar aanspraak maken vanwege uitkeringen of toelagen als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0003549/artikel/131" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 131, vierde lid, van de WEC</a>.
a. geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd: 41,47 jaar;
b. genormeerde gemiddelde personeelslasten leraar: € 66.569,69;
c. genormeerde gemiddelde personeelslasten onderwijsondersteunend personeel: € 39.449,61;
d. genormeerde gemiddelde personeelslasten schoolleiding: € 86.507,03.
2. Het formatiebasisbedrag respectievelijk het formatieleeftijdsbedrag, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0004259/artikel/31" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 31, onderdeel a, respectievelijk onderdeel b, van het Besluit bekostiging WEC</a>, is voor de scholen, bedoeld in het eerste lid:
a. formatiebasisbedrag: € 23.126,26;
b. formatieleeftijdsbedrag: € 1.047,59.
3. Het bedrag per school en per leerling, respectievelijk de vermenigvuldigingsbedragen, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0003549/artikel/117" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 117, achtste lid, van de WEC</a>, worden vastgesteld zoals weergegeven in onderstaande tabel.
[tabel]
4. De ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van leraren van scholen voor speciaal, voortgezet speciaal en speciaal en voortgezet speciaal onderwijs ten opzichte van het schooljaar 2017–2018 bedraagt 0,191%. De ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van het onderwijsondersteunend personeel van deze scholen ten opzichte van het schooljaar 2017–2018 bedraagt 0,000% en de ontwikkeling van de genormeerde gemiddelde personeelslasten van de schoolleiding van deze scholen ten opzichte van het schooljaar 2017–2018 bedraagt 0,000%.
5. In de genormeerde gemiddelde personeelslasten bedoeld in het eerste lid, is een verlaging van 0,724% verwerkt op basis van de gemiddelde inkomsten waarop de bevoegd gezagen, bedoeld in de WEC gedurende het schooljaar aanspraak maken vanwege uitkeringen of toelagen als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0003549/artikel/131" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 131, vierde lid, van de WEC</a>.