BWBR0040726
Geldig vanaf 2018-03-21
Artikel 34
Eerste Regeling bekostiging personeel PO 2018–2019 en vaststelling bedragen voor ondersteuning van leerlingen in het PO en VO 2018–2019
1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
a. school: bekostigde speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de WPO;
b. vreemdeling: leerling die ingeschreven staat op een school, die de school geregeld bezoekt en die door de Minister van Justitie en Veiligheid in het bezit is gesteld van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000, onderscheidenlijk van wie tenminste één van de ouders of voogden door de Minister van Justitie en Veiligheid in het bezit is gesteld van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000, en aantoonbaar nog geen jaar woonachtig is in Nederland;
c: BRP: basisregistratie personen.
2. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder vreemdeling mede verstaan: leerling die ingeschreven staat op een school, die de school geregeld bezoekt en van wie uit het paspoort of ander identiteitsbewijs blijkt dat hij zelf of één van zijn ouders of voogden burger is van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, en die op grond van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie in Nederland verblijft en aantoonbaar nog geen jaar woonachtig is in Nederland.
3. Het bevoegd gezag van een school waar de eerste opvang in het onderwijs wordt verzorgd voor tenminste 4 vreemdelingen die korter dan 1 jaar in Nederland verblijven, ontvangt op aanvraag bijzondere bekostiging voor personeel en aanvullende bekostiging voor materiële instandhouding.
4. De bijzondere en aanvullende bekostiging heeft betrekking op een periode van drie maanden, met als peildata:
a. de eerste schooldag voor de periode augustus tot en met oktober;
b. 1 november voor de periode november tot en met januari;
c. 1 februari voor de periode februari tot en met april;
d. 1 mei voor de periode mei tot en met juli.
Het bevoegd gezag dient ter verkrijging van de bijzondere en aanvullende bekostiging een aanvraag in die indien het de peildatum de eerste schooldag betreft door DUO moet zijn ontvangen voor 30 september 2018 en indien het een andere peildatum betreft binnen vier weken na de peildatum. De aanvraag wordt in ieder geval afgewezen indien het een aanvraag betreft welke is ontvangen na deze termijn.
5. Een school die niet eerder eerste opvang van vreemdelingen verzorgde, komt in aanmerking voor een eenmalige aanvulling op de bijzondere bekostiging van € 11.148.
6. Voor het indienen van een aanvraag wordt gebruikgemaakt van het daarvoor beschikbaar gestelde formulier op www.duo.nl en gaat vergezeld van de volgende gegevens:
a. naam, BRIN-nummer, postcode en plaats van de school;
b. het aantal vreemdelingen dat op de peildatum korter dan 1 jaar in Nederland is;
c. de periode waarvoor de bekostiging wordt gevraagd;
d. in geval van toepassing van het vijfde lid, een verklaring dat de school niet eerder de eerste opvang van vreemdelingen heeft verzorgd.
7. Het bevoegd gezag verklaart door indiening van de aanvraag dat in de leerlingenadministratie voor ieder van de in de aanvraag opgenomen vreemdelingen kopieën aanwezig zijn van de in het eerste lid opgenomen documenten, schriftelijke verklaringen, paspoorten of identiteitsbewijzen die als voorwaarde gelden voor de toekenning van bijzondere en aanvullende bekostiging op basis van dit artikel. Van vreemdelingen die meetellen voor de in de aanvraag opgegeven aantallen leerlingen dienen de gegevens uit de BRP, zoals geregistreerd in het basisregister onderwijs, als uitgangspunt. In het geval de registratie in de BRP ontbreekt of afwijkt van de door het bevoegd gezag van de school aan de minister aangeleverde gegevens, verklaart het bevoegd gezag door de indiening van de aanvraag tevens dat een kopie van één of meer documenten uit onderstaande limitatieve lijst, waarmee de opgegeven datum van binnenkomst in Nederland kan worden aangetoond, in de administratie van de school aanwezig is:
– een datumstempel in het paspoort bij binnenkomst in Nederland,
– een beschikking van de Minister van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000,
– een rapportage van de Immigratie- en Naturalisatiedienst,
– een registratieformulier van het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers.
8. Het bevoegd gezag ontvangt de beschikking uiterlijk vier maanden na ontvangst van de aanvraag.
9. De in het derde lid bedoelde bekostiging bedraagt per ingeschreven vreemdeling € 2.822,24 voor personeel en € 83,88 voor materiële instandhouding, welke bedragen worden vermenigvuldigd met 3/12.
a. school: bekostigde speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de WPO;
b. vreemdeling: leerling die ingeschreven staat op een school, die de school geregeld bezoekt en die door de Minister van Justitie en Veiligheid in het bezit is gesteld van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000, onderscheidenlijk van wie tenminste één van de ouders of voogden door de Minister van Justitie en Veiligheid in het bezit is gesteld van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000, en aantoonbaar nog geen jaar woonachtig is in Nederland;
c: BRP: basisregistratie personen.
2. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder vreemdeling mede verstaan: leerling die ingeschreven staat op een school, die de school geregeld bezoekt en van wie uit het paspoort of ander identiteitsbewijs blijkt dat hij zelf of één van zijn ouders of voogden burger is van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, en die op grond van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie in Nederland verblijft en aantoonbaar nog geen jaar woonachtig is in Nederland.
3. Het bevoegd gezag van een school waar de eerste opvang in het onderwijs wordt verzorgd voor tenminste 4 vreemdelingen die korter dan 1 jaar in Nederland verblijven, ontvangt op aanvraag bijzondere bekostiging voor personeel en aanvullende bekostiging voor materiële instandhouding.
4. De bijzondere en aanvullende bekostiging heeft betrekking op een periode van drie maanden, met als peildata:
a. de eerste schooldag voor de periode augustus tot en met oktober;
b. 1 november voor de periode november tot en met januari;
c. 1 februari voor de periode februari tot en met april;
d. 1 mei voor de periode mei tot en met juli.
Het bevoegd gezag dient ter verkrijging van de bijzondere en aanvullende bekostiging een aanvraag in die indien het de peildatum de eerste schooldag betreft door DUO moet zijn ontvangen voor 30 september 2018 en indien het een andere peildatum betreft binnen vier weken na de peildatum. De aanvraag wordt in ieder geval afgewezen indien het een aanvraag betreft welke is ontvangen na deze termijn.
5. Een school die niet eerder eerste opvang van vreemdelingen verzorgde, komt in aanmerking voor een eenmalige aanvulling op de bijzondere bekostiging van € 11.148.
6. Voor het indienen van een aanvraag wordt gebruikgemaakt van het daarvoor beschikbaar gestelde formulier op www.duo.nl en gaat vergezeld van de volgende gegevens:
a. naam, BRIN-nummer, postcode en plaats van de school;
b. het aantal vreemdelingen dat op de peildatum korter dan 1 jaar in Nederland is;
c. de periode waarvoor de bekostiging wordt gevraagd;
d. in geval van toepassing van het vijfde lid, een verklaring dat de school niet eerder de eerste opvang van vreemdelingen heeft verzorgd.
7. Het bevoegd gezag verklaart door indiening van de aanvraag dat in de leerlingenadministratie voor ieder van de in de aanvraag opgenomen vreemdelingen kopieën aanwezig zijn van de in het eerste lid opgenomen documenten, schriftelijke verklaringen, paspoorten of identiteitsbewijzen die als voorwaarde gelden voor de toekenning van bijzondere en aanvullende bekostiging op basis van dit artikel. Van vreemdelingen die meetellen voor de in de aanvraag opgegeven aantallen leerlingen dienen de gegevens uit de BRP, zoals geregistreerd in het basisregister onderwijs, als uitgangspunt. In het geval de registratie in de BRP ontbreekt of afwijkt van de door het bevoegd gezag van de school aan de minister aangeleverde gegevens, verklaart het bevoegd gezag door de indiening van de aanvraag tevens dat een kopie van één of meer documenten uit onderstaande limitatieve lijst, waarmee de opgegeven datum van binnenkomst in Nederland kan worden aangetoond, in de administratie van de school aanwezig is:
– een datumstempel in het paspoort bij binnenkomst in Nederland,
– een beschikking van de Minister van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000,
– een rapportage van de Immigratie- en Naturalisatiedienst,
– een registratieformulier van het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers.
8. Het bevoegd gezag ontvangt de beschikking uiterlijk vier maanden na ontvangst van de aanvraag.
9. De in het derde lid bedoelde bekostiging bedraagt per ingeschreven vreemdeling € 2.822,24 voor personeel en € 83,88 voor materiële instandhouding, welke bedragen worden vermenigvuldigd met 3/12.