BWBR0039900
Geldig vanaf 1987-03-01
Artikel 6
Regeling vergoeding voor overwerk, onregelmatigheid, beschikbaarheid en bereikbaarheid
1. Aan de militair wordt voor het verrichten van meerdaagse activiteiten, die een aaneengesloten periode van een etmaal of langer dan een etmaal beslaan, een vergoeding toegekend.
2. De in het eerste lid bedoelde vergoeding voor meerdaagse activiteiten bestaande uit varen bedraagt per etmaal:
[tabel]
3. De in het eerste lid bedoelde vergoeding voor meerdaagse activiteiten bestaande uit oefenen en bijzondere inzet bedraagt per etmaal:
[tabel]
4. De militair die aanspraak heeft op een vergoeding ingevolge het tweede lid, heeft geen gelijktijdige aanspraak op een vergoeding als bedoeld in het derde lid. Dienovereenkomstig heeft de militair die aanspraak heeft op een vergoeding ingevolge het derde lid, geen gelijktijdige aanspraak op een vergoeding als bedoeld in het tweede lid.
5. De militair die deelneemt aan een oefening, die een aangesloten periode van een etmaal of langer dan een etmaal beslaat, en in het kader daarvan per schip wordt verplaatst, heeft uitsluitend aanspraak op een vergoeding ingevolge het derde lid.
6. De militair die verblijft aan boord van een schip, dat voor onderhoudswerkzaamheden van langere duur in een Nederlandse haven ligt, heeft geen aanspraak op een vergoeding ingevolge het tweede lid.
7. De militair die aanspraak heeft op een vergoeding ingevolge dit artikel heeft geen aanspraak op een vergoeding als bedoeld in artikel 7, 7aof 8van deze regeling.
8. Voor de toepassing van het tweede en het derde lid wordt een gedeelte van een etmaal berekend per half etmaal, waarbij een tijdvak van minder dan 12 uren telt voor een half etmaal.
2. De in het eerste lid bedoelde vergoeding voor meerdaagse activiteiten bestaande uit varen bedraagt per etmaal:
[tabel]
3. De in het eerste lid bedoelde vergoeding voor meerdaagse activiteiten bestaande uit oefenen en bijzondere inzet bedraagt per etmaal:
[tabel]
4. De militair die aanspraak heeft op een vergoeding ingevolge het tweede lid, heeft geen gelijktijdige aanspraak op een vergoeding als bedoeld in het derde lid. Dienovereenkomstig heeft de militair die aanspraak heeft op een vergoeding ingevolge het derde lid, geen gelijktijdige aanspraak op een vergoeding als bedoeld in het tweede lid.
5. De militair die deelneemt aan een oefening, die een aangesloten periode van een etmaal of langer dan een etmaal beslaat, en in het kader daarvan per schip wordt verplaatst, heeft uitsluitend aanspraak op een vergoeding ingevolge het derde lid.
6. De militair die verblijft aan boord van een schip, dat voor onderhoudswerkzaamheden van langere duur in een Nederlandse haven ligt, heeft geen aanspraak op een vergoeding ingevolge het tweede lid.
7. De militair die aanspraak heeft op een vergoeding ingevolge dit artikel heeft geen aanspraak op een vergoeding als bedoeld in artikel 7, 7aof 8van deze regeling.
8. Voor de toepassing van het tweede en het derde lid wordt een gedeelte van een etmaal berekend per half etmaal, waarbij een tijdvak van minder dan 12 uren telt voor een half etmaal.