BWBR0039900
Geldig vanaf 1987-03-01
Artikel 5a
Regeling vergoeding voor overwerk, onregelmatigheid, beschikbaarheid en bereikbaarheid
1. De commandant kent een afbouwtoelage onregelmatige dienst toe aan de militair, indien aan de militair in een kalendermaand niet langer een toelage onregelmatige dienst wordt toegekend en aan de militair voor de duur van ten minste vierentwintig maanden voorafgaande aan die beëindiging onafgebroken een toelage onregelmatige dienst is toegekend.
2. Onderbreking van de toekenning van de toelage onregelmatige dienst tijdens de in het eerste lid genoemde duur van vierentwintig maanden, wordt buiten beschouwing gelaten voor zover deze onderbreking verband houdt met:
a. inzet in het kader van een operatie als bedoeld in de Regeling voorzieningen bij vredes- en humanitaire operaties, alsmede de aan die inzet voorafgaande opleiding;
b. een waarneming, in opdracht van de commandant voor een periode van in totaal ten hoogste twaalf maanden.
3. De afbouwtoelage wordt toegekend voor een periode van twaalf maanden. Deze periode wordt opgeschort voor zover op de militair de Regeling voorzieningen bij vredes- en humanitaire operatiesvan toepassing is, of indien aan de militair een vergoeding wordt toegekend voor het verrichten van meerdaagse activiteiten.
4. De berekeningsbasis voor de afbouwtoelage onregelmatige dienst is de toelage onregelmatige dienst die de militair gemiddeld over de twaalf kalendermaanden direct voorafgaand aan de beëindiging van de toekenning van de toelage onregelmatige dienst heeft ontvangen.
5. De hoogte van de afbouwtoelage wordt, conform de in het derde lid genoemde periode van twaalf maanden, vastgesteld:
a. voor de eerste vier maanden op 75% van de berekeningsbasis;
b. voor de tweede vier maanden op 50% van de berekeningsbasis en
c. voor de derde vier maanden op 25% van de berekeningsbasis.
6. Indien tijdens de in het derde lid genoemde periode van twaalf maanden opnieuw een toelage onregelmatige dienst wordt toegekend, dan wordt het bedrag van de afbouwtoelage daarmee verlaagd.
2. Onderbreking van de toekenning van de toelage onregelmatige dienst tijdens de in het eerste lid genoemde duur van vierentwintig maanden, wordt buiten beschouwing gelaten voor zover deze onderbreking verband houdt met:
a. inzet in het kader van een operatie als bedoeld in de Regeling voorzieningen bij vredes- en humanitaire operaties, alsmede de aan die inzet voorafgaande opleiding;
b. een waarneming, in opdracht van de commandant voor een periode van in totaal ten hoogste twaalf maanden.
3. De afbouwtoelage wordt toegekend voor een periode van twaalf maanden. Deze periode wordt opgeschort voor zover op de militair de Regeling voorzieningen bij vredes- en humanitaire operatiesvan toepassing is, of indien aan de militair een vergoeding wordt toegekend voor het verrichten van meerdaagse activiteiten.
4. De berekeningsbasis voor de afbouwtoelage onregelmatige dienst is de toelage onregelmatige dienst die de militair gemiddeld over de twaalf kalendermaanden direct voorafgaand aan de beëindiging van de toekenning van de toelage onregelmatige dienst heeft ontvangen.
5. De hoogte van de afbouwtoelage wordt, conform de in het derde lid genoemde periode van twaalf maanden, vastgesteld:
a. voor de eerste vier maanden op 75% van de berekeningsbasis;
b. voor de tweede vier maanden op 50% van de berekeningsbasis en
c. voor de derde vier maanden op 25% van de berekeningsbasis.
6. Indien tijdens de in het derde lid genoemde periode van twaalf maanden opnieuw een toelage onregelmatige dienst wordt toegekend, dan wordt het bedrag van de afbouwtoelage daarmee verlaagd.