BWBR0039900
Geldig vanaf 1987-03-01
Artikel 4
Regeling vergoeding voor overwerk, onregelmatigheid, beschikbaarheid en bereikbaarheid
1. De militair komt niet in aanmerking voor een vergoeding op grond van de bepalingen in de paragrafen II, III, IV, Ven VIvan deze regeling gedurende de tijd dat hij:
a. beperkt wordt in zijn bewegingsvrijheid dan wel werkzaamheden verricht, uitsluitend ten gevolge van het ondergaan van een krijgstuchtelijke straf of van arrest;
b. is aangewezen voor het volgen van een studie buiten de krijgsmacht en aan hem om die reden geen werkzaamheden en diensten worden opgedragen;
c. een initiële opleiding volgt, tenzij: 1° hij is geplaatst of gedetacheerd voor een praktische tewerkstelling dan wel een praktische bedrijfsintroductie; 2° hem diensten worden opgedragen die geen deel uitmaken van de opleiding(ssyllabus); 3° hem een beperking van de bewegingsvrijheid, bedoeld in artikel 60b AMAR, wordt opgelegd; 4° hij in het kader van de opleiding(ssyllabus) vaart of deelneemt aan een oefening, voor zover deze activiteit een aaneengesloten periode van een etmaal of langer dan een etmaal beslaat; 5° hij wordt aangewezen voor een bijzondere inzet;
d. een niet-initiële opleiding of cursus volgt, tenzij hij in het kader van de opleiding(ssyllabus) bij een operationele eenheid is geplaatst of gedetacheerd en in dat kader vaart of oefent voor een aaneengesloten periode van een etmaal of langer dan een etmaal;
e. buiten de normale voor hem geldende werktijd, reizende is, met uitzondering van de militair wiens functie is aangewezen als een functie waarbij het reizen een wezenlijk bestanddeel uitmaakt van de functie, bedoeld in artikel 54b, vijfde lid, van het AMAR;
f. aanwezig dient te zijn op een plaats als bedoeld in artikel 7a, tweede lid, uitsluitend ten gevolge van het feit, dat hij van rijkswege wordt gehuisvest en/of gevoed.
2. Niet in aanmerking voor een vergoeding op grond van de bepalingen in de paragrafen II, III, IV, Ven VIvan deze regeling komt de militair die en gedurende de tijd dat hij aanspraak heeft op:
a. de voorzieningen op grond van hoofdstuk 3 van het Voorzieningenstelsel buitenland defensiepersoneel;
b. de voorzieningen op grond van de Regeling voorzieningen bij vredes- en humanitaire operaties.
3. Niet in aanmerking voor een vergoeding op grond van de bepalingen in de paragrafen II, III, IVen Vvan deze regeling komt de militair die en gedurende de tijd dat hij aanspraak heeft op de toelage militaire bijstand, bedoeld in artikel 8 van de Inkomstenregeling militairen.
a. beperkt wordt in zijn bewegingsvrijheid dan wel werkzaamheden verricht, uitsluitend ten gevolge van het ondergaan van een krijgstuchtelijke straf of van arrest;
b. is aangewezen voor het volgen van een studie buiten de krijgsmacht en aan hem om die reden geen werkzaamheden en diensten worden opgedragen;
c. een initiële opleiding volgt, tenzij: 1° hij is geplaatst of gedetacheerd voor een praktische tewerkstelling dan wel een praktische bedrijfsintroductie; 2° hem diensten worden opgedragen die geen deel uitmaken van de opleiding(ssyllabus); 3° hem een beperking van de bewegingsvrijheid, bedoeld in artikel 60b AMAR, wordt opgelegd; 4° hij in het kader van de opleiding(ssyllabus) vaart of deelneemt aan een oefening, voor zover deze activiteit een aaneengesloten periode van een etmaal of langer dan een etmaal beslaat; 5° hij wordt aangewezen voor een bijzondere inzet;
d. een niet-initiële opleiding of cursus volgt, tenzij hij in het kader van de opleiding(ssyllabus) bij een operationele eenheid is geplaatst of gedetacheerd en in dat kader vaart of oefent voor een aaneengesloten periode van een etmaal of langer dan een etmaal;
e. buiten de normale voor hem geldende werktijd, reizende is, met uitzondering van de militair wiens functie is aangewezen als een functie waarbij het reizen een wezenlijk bestanddeel uitmaakt van de functie, bedoeld in artikel 54b, vijfde lid, van het AMAR;
f. aanwezig dient te zijn op een plaats als bedoeld in artikel 7a, tweede lid, uitsluitend ten gevolge van het feit, dat hij van rijkswege wordt gehuisvest en/of gevoed.
2. Niet in aanmerking voor een vergoeding op grond van de bepalingen in de paragrafen II, III, IV, Ven VIvan deze regeling komt de militair die en gedurende de tijd dat hij aanspraak heeft op:
a. de voorzieningen op grond van hoofdstuk 3 van het Voorzieningenstelsel buitenland defensiepersoneel;
b. de voorzieningen op grond van de Regeling voorzieningen bij vredes- en humanitaire operaties.
3. Niet in aanmerking voor een vergoeding op grond van de bepalingen in de paragrafen II, III, IVen Vvan deze regeling komt de militair die en gedurende de tijd dat hij aanspraak heeft op de toelage militaire bijstand, bedoeld in artikel 8 van de Inkomstenregeling militairen.