BWBR0039721
Geldig vanaf 2021-12-07
Artikel 7
Subsidieregeling doorstroomprogramma’s po-vo voor gelijke kansen
1. Het bevoegd gezag van één van de betrokken scholen treedt namens het doorstroomprogramma als penvoerder op.
2. Subsidie wordt aangevraagd door, verleend aan en verantwoord door de penvoerder.
3. Op de penvoerder rusten alle aan de subsidie verbonden verplichtingen, ongeacht welk bevoegd gezag feitelijk is belast met de uitvoering van de daarop betrekking hebbende werkzaamheden.
4. De aanvraag bevat een verklaring van alle bevoegd gezagen die aan het doorstroomprogramma willen deelnemen, waarin zij verklaren dat de penvoerder gemachtigd is om hen in het kader van de subsidieverstrekking in en buiten rechte te vertegenwoordigen, en dat alle gegevens die noodzakelijk zijn voor de verantwoording door de penvoerder van de besteding van de subsidie, op verzoek aan de penvoerder worden verstrekt.
5. De penvoerder brengt de bevoegd gezagen van de betrokken scholen op de hoogte van de verplichtingen, bedoeld in artikel 13.
2. Subsidie wordt aangevraagd door, verleend aan en verantwoord door de penvoerder.
3. Op de penvoerder rusten alle aan de subsidie verbonden verplichtingen, ongeacht welk bevoegd gezag feitelijk is belast met de uitvoering van de daarop betrekking hebbende werkzaamheden.
4. De aanvraag bevat een verklaring van alle bevoegd gezagen die aan het doorstroomprogramma willen deelnemen, waarin zij verklaren dat de penvoerder gemachtigd is om hen in het kader van de subsidieverstrekking in en buiten rechte te vertegenwoordigen, en dat alle gegevens die noodzakelijk zijn voor de verantwoording door de penvoerder van de besteding van de subsidie, op verzoek aan de penvoerder worden verstrekt.
5. De penvoerder brengt de bevoegd gezagen van de betrokken scholen op de hoogte van de verplichtingen, bedoeld in artikel 13.