BWBR0039721
Geldig vanaf 2021-12-07
Artikel 5
Subsidieregeling doorstroomprogramma’s po-vo voor gelijke kansen
1. Na afloop van de aanvraagperiode wordt jaarlijks door middel van loting bepaald welke subsidieaanvragen worden gehonoreerd.
2. Indien de middelen, bedoeld in artikel 4, zesde lid, ontoereikend zijn om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen toe te wijzen, wordt eerst voorrang verleend aan de aanvragen voor scholen in Caribisch Nederland.
3. Indien na toepassing van het tweede lid nog middelen resteren, wordt vervolgens voorrang verleend aan de aanvragen die zijn gericht op in ieder geval één basisschool als bedoeld artikel 1 van de Wet op het primair onderwijsmet een positieve achterstandsscore als bedoeld in artikel 18 van het Besluit bekostiging WPO 2022, blijkend uit de in het jaar van de aanvraag door het Centraal Bureau voor de Statistiek aan de minister verstrekte gegevens. Indien niet genoeg middelen resteren om al deze aanvragen te honoreren, dan wordt er geloot.
4. Indien na toepassing van het tweede en derde lid nog middelen resteren, vindt loting plaats per regio als bedoeld in artikel 3 van de Regeling vaststelling schoolvakanties 2022–2025. De regio waarin aanvragen meeloten wordt bepaald op basis van de locatie waar de aanvrager is gevestigd.
5. Per regio zijn de volgende percentages van het resterende bedrag, bedoeld in het vierde lid beschikbaar:
a. regio noord: 36,5%,
b. regio midden: 36,5%,
c. regio zuid: 27%.
6. Indien de in het vijfde lid gestelde percentages niet leiden tot uitputting van het totaal beschikbare bedrag, worden de resterende middelen in gelijke delen toegevoegd aan het budget voor de andere regio dan wel regio’s.
2. Indien de middelen, bedoeld in artikel 4, zesde lid, ontoereikend zijn om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen toe te wijzen, wordt eerst voorrang verleend aan de aanvragen voor scholen in Caribisch Nederland.
3. Indien na toepassing van het tweede lid nog middelen resteren, wordt vervolgens voorrang verleend aan de aanvragen die zijn gericht op in ieder geval één basisschool als bedoeld artikel 1 van de Wet op het primair onderwijsmet een positieve achterstandsscore als bedoeld in artikel 18 van het Besluit bekostiging WPO 2022, blijkend uit de in het jaar van de aanvraag door het Centraal Bureau voor de Statistiek aan de minister verstrekte gegevens. Indien niet genoeg middelen resteren om al deze aanvragen te honoreren, dan wordt er geloot.
4. Indien na toepassing van het tweede en derde lid nog middelen resteren, vindt loting plaats per regio als bedoeld in artikel 3 van de Regeling vaststelling schoolvakanties 2022–2025. De regio waarin aanvragen meeloten wordt bepaald op basis van de locatie waar de aanvrager is gevestigd.
5. Per regio zijn de volgende percentages van het resterende bedrag, bedoeld in het vierde lid beschikbaar:
a. regio noord: 36,5%,
b. regio midden: 36,5%,
c. regio zuid: 27%.
6. Indien de in het vijfde lid gestelde percentages niet leiden tot uitputting van het totaal beschikbare bedrag, worden de resterende middelen in gelijke delen toegevoegd aan het budget voor de andere regio dan wel regio’s.