BWBR0039545
Geldig vanaf 2017-06-01
Artikel 8
Gemeenschappelijke regeling Regionaal Historisch Centrum Het Flevolands Archief
1. Aan het algemeen bestuur behoren ter uitvoering van de aan Het Flevolands Archief toegekende taken alle bevoegdheden toe die niet bij wet of deze regeling aan een ander orgaan binnen de gemeenschappelijke regeling zijn opgedragen.
2. Tot de in het eerste lid bedoelde bevoegdheden behoren in ieder geval de volgende bevoegdheden:
a. de bevoegdheid van de Minister om op grond van artikel 25 en 26, tweede lid, van de Archiefwet 1995 de rijksarchivaris in de provincie te benoemen, te schorsen en te ontslaan;
b. de bevoegdheid van gedeputeerde staten van de provincie om ingevolge artikel 28 van de Archiefwet 1995 de provinciale archiefbewaarplaats(en) aan te wijzen;
c. de bevoegdheid van gedeputeerde staten van de provincie om de provinciearchivaris, bedoeld in artikel 29, derde lid, van de Archiefwet 1995, te benoemen, te schorsen en te ontslaan;
d. de bevoegdheid van de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten om ingevolge artikel 31 van de Archiefwet 1995 de gemeentelijke archiefbewaarplaats(en) aan te wijzen;
e. de bevoegdheid van de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten om ingevolge artikel 32, derde lid, van de Archiefwet 1995 de gemeentearchivaris te benoemen, te schorsen en te ontslaan;
f. de bevoegdheid van het dagelijks bestuur van het waterschap om ingevolge artikel 36 van de Archiefwet 1995 de archiefbewaarplaats(en) van het waterschap aan te wijzen;
g. de bevoegdheid van het dagelijks bestuur van het waterschap om ingevolge artikel 37, derde lid, van de Archiefwet 1995 de waterschapsarchivaris te benoemen, te schorsen en te ontslaan.
3. De benoeming van de in het tweede lid, onder a, c, e en g, bedoelde rijksarchivaris, provinciearchivaris, gemeentearchivaris en waterschapsarchivaris geschiedt op voordracht van het dagelijks bestuur.
4. Het algemeen bestuur kan de directeur, bedoeld in artikel 31, tot rijksarchivaris in de provincie, tot provinciearchivaris van de provincie, tot gemeentearchivaris van de gemeente(n) en tot waterschapsarchivaris van het waterschap benoemen.
5. Aan de bevoegdheden van het algemeen bestuur worden geen beperkingen opgelegd ingevolge artikel 77 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, mits het totaal van de aangegane verplichtingen binnen de goedgekeurde begroting valt. Voor het aangaan van verplichtingen door het algemeen bestuur buiten de goedgekeurde begroting geldt de procedure van de artikelen 21, 22en 23.
6. Het algemeen bestuur besluit slechts tot oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen belang. Het besluit wordt niet genomen dan nadat de Minister, provinciale staten van de provincie, de raden van de gemeenten en het dagelijks bestuur van het waterschap in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen. Het besluit wordt genomen bij unanimiteit.
2. Tot de in het eerste lid bedoelde bevoegdheden behoren in ieder geval de volgende bevoegdheden:
a. de bevoegdheid van de Minister om op grond van artikel 25 en 26, tweede lid, van de Archiefwet 1995 de rijksarchivaris in de provincie te benoemen, te schorsen en te ontslaan;
b. de bevoegdheid van gedeputeerde staten van de provincie om ingevolge artikel 28 van de Archiefwet 1995 de provinciale archiefbewaarplaats(en) aan te wijzen;
c. de bevoegdheid van gedeputeerde staten van de provincie om de provinciearchivaris, bedoeld in artikel 29, derde lid, van de Archiefwet 1995, te benoemen, te schorsen en te ontslaan;
d. de bevoegdheid van de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten om ingevolge artikel 31 van de Archiefwet 1995 de gemeentelijke archiefbewaarplaats(en) aan te wijzen;
e. de bevoegdheid van de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten om ingevolge artikel 32, derde lid, van de Archiefwet 1995 de gemeentearchivaris te benoemen, te schorsen en te ontslaan;
f. de bevoegdheid van het dagelijks bestuur van het waterschap om ingevolge artikel 36 van de Archiefwet 1995 de archiefbewaarplaats(en) van het waterschap aan te wijzen;
g. de bevoegdheid van het dagelijks bestuur van het waterschap om ingevolge artikel 37, derde lid, van de Archiefwet 1995 de waterschapsarchivaris te benoemen, te schorsen en te ontslaan.
3. De benoeming van de in het tweede lid, onder a, c, e en g, bedoelde rijksarchivaris, provinciearchivaris, gemeentearchivaris en waterschapsarchivaris geschiedt op voordracht van het dagelijks bestuur.
4. Het algemeen bestuur kan de directeur, bedoeld in artikel 31, tot rijksarchivaris in de provincie, tot provinciearchivaris van de provincie, tot gemeentearchivaris van de gemeente(n) en tot waterschapsarchivaris van het waterschap benoemen.
5. Aan de bevoegdheden van het algemeen bestuur worden geen beperkingen opgelegd ingevolge artikel 77 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, mits het totaal van de aangegane verplichtingen binnen de goedgekeurde begroting valt. Voor het aangaan van verplichtingen door het algemeen bestuur buiten de goedgekeurde begroting geldt de procedure van de artikelen 21, 22en 23.
6. Het algemeen bestuur besluit slechts tot oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen belang. Het besluit wordt niet genomen dan nadat de Minister, provinciale staten van de provincie, de raden van de gemeenten en het dagelijks bestuur van het waterschap in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen. Het besluit wordt genomen bij unanimiteit.