BWBR0039545
Geldig vanaf 2017-06-01
Artikel 14
Gemeenschappelijke regeling Regionaal Historisch Centrum Het Flevolands Archief
1. Het dagelijks bestuur en één of meer leden daarvan geven gevraagd en ongevraagd alle inlichtingen aan het algemeen bestuur, die voor een juiste beoordeling van het door het dagelijks bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is.
2. Zij geven het algemeen bestuur alle inlichtingen die het algemeen bestuur voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft.
3. Het dagelijks bestuur verstrekt gevraagd en ongevraagd alle inlichtingen aan de Minister, provinciale staten van de provincie, de raden van de gemeenten en het algemeen bestuur van het waterschap, die voor een juiste beoordeling van het door hen gevoerde en te voeren beleid nodig is.
4. Een verzoek tot het verstrekken van inlichtingen wordt gericht aan het dagelijks bestuur en ingediend bij de voorzitter.
5. De gevraagde inlichtingen worden zo spoedig mogelijk doch in ieder geval binnen 45 dagen verstrekt.
6. De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording schuldig over het door hen gevoerde bestuur.
7. Eén of meer leden van het algemeen bestuur kunnen het dagelijks bestuur, of één of meer leden van het dagelijks bestuur, mondeling of schriftelijk, ter verantwoording roepen voor het door hem in dat bestuur onderscheidenlijk dat orgaan gevoerde beleid.
2. Zij geven het algemeen bestuur alle inlichtingen die het algemeen bestuur voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft.
3. Het dagelijks bestuur verstrekt gevraagd en ongevraagd alle inlichtingen aan de Minister, provinciale staten van de provincie, de raden van de gemeenten en het algemeen bestuur van het waterschap, die voor een juiste beoordeling van het door hen gevoerde en te voeren beleid nodig is.
4. Een verzoek tot het verstrekken van inlichtingen wordt gericht aan het dagelijks bestuur en ingediend bij de voorzitter.
5. De gevraagde inlichtingen worden zo spoedig mogelijk doch in ieder geval binnen 45 dagen verstrekt.
6. De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording schuldig over het door hen gevoerde bestuur.
7. Eén of meer leden van het algemeen bestuur kunnen het dagelijks bestuur, of één of meer leden van het dagelijks bestuur, mondeling of schriftelijk, ter verantwoording roepen voor het door hem in dat bestuur onderscheidenlijk dat orgaan gevoerde beleid.