BWBR0039545
Geldig vanaf 2017-06-01
Artikel 11
Gemeenschappelijke regeling Regionaal Historisch Centrum Het Flevolands Archief
1. Een lid of plaatsvervangend lid van het algemeen bestuur dat is aangewezen door de Minister verstrekt aan de Minister met inachtneming van artikel 16, vijfde lid van de Wet gemeenschappelijke regelingende door de Minister gevraagde inlichtingen.
2. Een lid of plaatsvervangend lid van het algemeen bestuur dat is aangewezen door het college van gedeputeerde staten verstrekt aan gedeputeerde staten en aan provinciale staten van de provincie met inachtneming van artikel 16, vijfde lid van de Wet gemeenschappelijke regelingende door een of meer leden van het college en de staten gevraagde inlichtingen.
3. Een lid of plaatsvervangend lid van het algemeen bestuur dat is aangewezen door het college van burgemeester en wethouders van een gemeente verstrekt aan dat college en aan de raad van de betreffende gemeente met inachtneming van artikel 16, vijfde lid van de Wet gemeenschappelijke regelingende door een of meer leden van het college en de raad van die gemeente gevraagde inlichtingen.
4. Een lid of plaatsvervangend lid van het algemeen bestuur dat is aangewezen door het dagelijks bestuur van het waterschap verstrekt aan het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur van het waterschap met inachtneming van artikel 16, vijfde lid van de Wet gemeenschappelijke regelingende door een of meer leden van het dagelijks bestuur of algemeen bestuur gevraagde inlichtingen.
5. De inlichtingen zoals bedoeld in het eerste tot en met het vierde lid worden zo spoedig mogelijk doch in ieder geval binnen 45 dagen verstrekt.
6. Over al hetgeen Het Flevolands Archief betreft dient het algemeen bestuur de deelnemers desgevraagd van bericht en raad.
7. Het algemeen bestuur stelt de deelnemers te allen tijde in de gelegenheid toezicht te houden op het bepaalde bij of krachtens de Archiefwet 1995ten aanzien van de archiefbescheiden die berusten in de rijksarchiefbewaarplaats in de provincie, de archiefbewaarplaats van de provincie, de archiefbewaarplaatsen van de gemeenten en de archiefbewaarplaats van het waterschap.
8. De Minister, gedeputeerde staten van de provincie, de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten en het dagelijks bestuur van het waterschap kunnen een door hem aangewezen lid of plaatsvervangend lid van het algemeen bestuur mondeling of schriftelijk ter verantwoording roepen voor het door hem in dat bestuur gevoerd beleid.
2. Een lid of plaatsvervangend lid van het algemeen bestuur dat is aangewezen door het college van gedeputeerde staten verstrekt aan gedeputeerde staten en aan provinciale staten van de provincie met inachtneming van artikel 16, vijfde lid van de Wet gemeenschappelijke regelingende door een of meer leden van het college en de staten gevraagde inlichtingen.
3. Een lid of plaatsvervangend lid van het algemeen bestuur dat is aangewezen door het college van burgemeester en wethouders van een gemeente verstrekt aan dat college en aan de raad van de betreffende gemeente met inachtneming van artikel 16, vijfde lid van de Wet gemeenschappelijke regelingende door een of meer leden van het college en de raad van die gemeente gevraagde inlichtingen.
4. Een lid of plaatsvervangend lid van het algemeen bestuur dat is aangewezen door het dagelijks bestuur van het waterschap verstrekt aan het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur van het waterschap met inachtneming van artikel 16, vijfde lid van de Wet gemeenschappelijke regelingende door een of meer leden van het dagelijks bestuur of algemeen bestuur gevraagde inlichtingen.
5. De inlichtingen zoals bedoeld in het eerste tot en met het vierde lid worden zo spoedig mogelijk doch in ieder geval binnen 45 dagen verstrekt.
6. Over al hetgeen Het Flevolands Archief betreft dient het algemeen bestuur de deelnemers desgevraagd van bericht en raad.
7. Het algemeen bestuur stelt de deelnemers te allen tijde in de gelegenheid toezicht te houden op het bepaalde bij of krachtens de Archiefwet 1995ten aanzien van de archiefbescheiden die berusten in de rijksarchiefbewaarplaats in de provincie, de archiefbewaarplaats van de provincie, de archiefbewaarplaatsen van de gemeenten en de archiefbewaarplaats van het waterschap.
8. De Minister, gedeputeerde staten van de provincie, de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten en het dagelijks bestuur van het waterschap kunnen een door hem aangewezen lid of plaatsvervangend lid van het algemeen bestuur mondeling of schriftelijk ter verantwoording roepen voor het door hem in dat bestuur gevoerd beleid.