BWBR0039544
Geldig vanaf 2017-04-01
Artikel 8
Gemeenschappelijke regeling Nieuw Land Erfgoedcentrum
1. Een lid van het algemeen bestuur dat is aangewezen door de Minister verstrekt aan de Minister zo spoedig mogelijk doch in ieder geval binnen 45 dagen de door de Minister gevraagde inlichtingen.
2. Een lid van het algemeen bestuur dat in gezamenlijkheid is aangewezen door de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten en het algemeen en dagelijks bestuur van het waterschap, verstrekt zo spoedig mogelijk doch in ieder geval binnen 45 dagen de door een of meer leden van die colleges en raden van de gemeenten of dat algemeen en dagelijks bestuur gevraagde inlichtingen.
3. Een lid van het algemeen bestuur dat is aangewezen door het college van gedeputeerde staten verstrekt aan gedeputeerde staten en aan provinciale staten van de provincie zo spoedig mogelijk doch in ieder geval binnen 45 dagen de door een of meer leden van het college en de staten gevraagde inlichtingen.
4. Een lid van het algemeen bestuur verstrekt aan het bestuur van de stichting die hem heeft aangewezen zo spoedig mogelijk doch in ieder geval binnen 45 dagen de door een of meer bestuursleden van de stichtingen gevraagde inlichtingen.
5. De deelnemers kunnen een lid van het algemeen bestuur dat zij hebben aangewezen, nadat de inlichtingen in een vergadering of schriftelijk zijn verstrekt of dienden te zijn verstrekt, ter verantwoording roepen voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid.
2. Een lid van het algemeen bestuur dat in gezamenlijkheid is aangewezen door de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten en het algemeen en dagelijks bestuur van het waterschap, verstrekt zo spoedig mogelijk doch in ieder geval binnen 45 dagen de door een of meer leden van die colleges en raden van de gemeenten of dat algemeen en dagelijks bestuur gevraagde inlichtingen.
3. Een lid van het algemeen bestuur dat is aangewezen door het college van gedeputeerde staten verstrekt aan gedeputeerde staten en aan provinciale staten van de provincie zo spoedig mogelijk doch in ieder geval binnen 45 dagen de door een of meer leden van het college en de staten gevraagde inlichtingen.
4. Een lid van het algemeen bestuur verstrekt aan het bestuur van de stichting die hem heeft aangewezen zo spoedig mogelijk doch in ieder geval binnen 45 dagen de door een of meer bestuursleden van de stichtingen gevraagde inlichtingen.
5. De deelnemers kunnen een lid van het algemeen bestuur dat zij hebben aangewezen, nadat de inlichtingen in een vergadering of schriftelijk zijn verstrekt of dienden te zijn verstrekt, ter verantwoording roepen voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid.