BWBR0039544
Geldig vanaf 2017-04-01
Artikel 21
Gemeenschappelijke regeling Nieuw Land Erfgoedcentrum
1. Het dagelijks bestuur zendt vóór 15 april van het jaar na het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, een voorlopige jaarrekening aan de Minister, provinciale staten van de provincie, de raden van de gemeenten, het algemeen en dagelijks bestuur van het waterschap en het bestuur van de stichtingen. De voorlopige jaarrekening gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid en de rechtmatigheid, afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
2. Het dagelijks bestuur draagt er zorg voor dat medewerking wordt verleend aan door of namens de accountant(s) van de deelnemers in te stellen onderzoeken naar de door de accountant, bedoeld in het eerste lid, verrichte (controle)werkzaamheden.
3. Het dagelijks bestuur brengt jaarlijks aan de Minister, provinciale staten van de provincie, de raden van de gemeenten, het algemeen en dagelijks bestuur van het waterschap en het bestuur van de stichtingen vóór 15 april een inhoudelijk verslag uit van de werkzaamheden, het gevoerde beleid in het algemeen en de doelmatigheid en doeltreffendheid van zijn werkzaamheden en werkwijze in het bijzonder in het afgelopen kalenderjaar.
4. Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de Minister, provinciale staten van de provincie, de raden van de gemeenten, het algemeen en dagelijks bestuur van het waterschap en het bestuur van de stichtingen
5. Het dagelijks bestuur stelt de in het eerste, derde en vierde lid bedoelde stukken algemeen verkrijgbaar.
2. Het dagelijks bestuur draagt er zorg voor dat medewerking wordt verleend aan door of namens de accountant(s) van de deelnemers in te stellen onderzoeken naar de door de accountant, bedoeld in het eerste lid, verrichte (controle)werkzaamheden.
3. Het dagelijks bestuur brengt jaarlijks aan de Minister, provinciale staten van de provincie, de raden van de gemeenten, het algemeen en dagelijks bestuur van het waterschap en het bestuur van de stichtingen vóór 15 april een inhoudelijk verslag uit van de werkzaamheden, het gevoerde beleid in het algemeen en de doelmatigheid en doeltreffendheid van zijn werkzaamheden en werkwijze in het bijzonder in het afgelopen kalenderjaar.
4. Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de Minister, provinciale staten van de provincie, de raden van de gemeenten, het algemeen en dagelijks bestuur van het waterschap en het bestuur van de stichtingen
5. Het dagelijks bestuur stelt de in het eerste, derde en vierde lid bedoelde stukken algemeen verkrijgbaar.