BWBR0039544
Geldig vanaf 2017-04-01
Artikel 16
Gemeenschappelijke regeling Nieuw Land Erfgoedcentrum
1. De voor de uitvoering van deze regeling ter beschikking te stellen middelen worden verschaft door de Minister, de provincie, de gemeenten, het waterschap en de stichtingen, door het verstrekken van jaarlijkse bijdragen, op basis van een vastgestelde begroting. Bij de aanvang van Nieuw Land Erfgoedcentrum luiden de bijdragen zoals vastgesteld in de bijlage bij de regeling.
2. De Minister, de provincie, de gemeenten, het waterschap en de stichtingen dragen er zorg voor dat het openbaar lichaam te allen tijde beschikt over voldoende middelen om zijn verplichtingen te voldoen. Dit met inachtneming van het zevende lid.
3. De bijdrage van de Minister kan jaarlijks worden aangepast in verband met de ontwikkeling van lonen of prijzen met een percentage, zoals dit in voorkomend geval door de Minister in de loop van het begrotingsjaar voor het geheel van zijn bijdrage wordt vastgesteld. De bijdrage van de provincie wordt jaarlijks aangepast met het door de provincie voor dit doel jaarlijks vastgestelde percentage voor loon- en prijsstijgingen. De gemeenten, het waterschap en de stichtingen volgen in deze de provincie in de aanpassing van hun bijdragen.
4. Nieuw Land Erfgoedcentrum kan bij de vaststelling van de begroting een voorlopige raming opnemen van de vast te stellen percentages bedoeld in het derde lid.
5. Bij de aanvang van Nieuw Land Erfgoedcentrum en voor de uitvoering van deze regeling kunnen door de deelnemers vermogensbestanddelen worden ingebracht waarover nadere afspraken gemaakt worden.
6. Voor zover de bijdrage wordt verleend ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, kan zij worden verleend onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.
7. Indien een van de deelnemers een andere taak opdraagt als bedoeld in artikel 2b, onder e, waarvan de kosten niet zijn op te vangen in de begroting, wordt daarvoor door die deelnemer in aanvulling op de jaarlijkse bijdrage een tevoren overeengekomen vergoeding betaald.
2. De Minister, de provincie, de gemeenten, het waterschap en de stichtingen dragen er zorg voor dat het openbaar lichaam te allen tijde beschikt over voldoende middelen om zijn verplichtingen te voldoen. Dit met inachtneming van het zevende lid.
3. De bijdrage van de Minister kan jaarlijks worden aangepast in verband met de ontwikkeling van lonen of prijzen met een percentage, zoals dit in voorkomend geval door de Minister in de loop van het begrotingsjaar voor het geheel van zijn bijdrage wordt vastgesteld. De bijdrage van de provincie wordt jaarlijks aangepast met het door de provincie voor dit doel jaarlijks vastgestelde percentage voor loon- en prijsstijgingen. De gemeenten, het waterschap en de stichtingen volgen in deze de provincie in de aanpassing van hun bijdragen.
4. Nieuw Land Erfgoedcentrum kan bij de vaststelling van de begroting een voorlopige raming opnemen van de vast te stellen percentages bedoeld in het derde lid.
5. Bij de aanvang van Nieuw Land Erfgoedcentrum en voor de uitvoering van deze regeling kunnen door de deelnemers vermogensbestanddelen worden ingebracht waarover nadere afspraken gemaakt worden.
6. Voor zover de bijdrage wordt verleend ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, kan zij worden verleend onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.
7. Indien een van de deelnemers een andere taak opdraagt als bedoeld in artikel 2b, onder e, waarvan de kosten niet zijn op te vangen in de begroting, wordt daarvoor door die deelnemer in aanvulling op de jaarlijkse bijdrage een tevoren overeengekomen vergoeding betaald.