BWBR0038850
Geldig vanaf 1998-04-01
Artikel 9
Gemeenschappelijke regeling schadevergoedingsschap HSL-Zuid, A16 en A4
1. Het algemeen bestuur is bij uitsluiting bevoegd, welke bevoegdheid door de colleges aan het schap is overgedragen, ter zake van de behandeling van en de beslissing op een aanvraag om schadevergoeding als bedoeld in artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening, doch uitsluitend voor zover deze schade voortvloeit uit het onherroepelijke tracébesluit en/of daaruit rechtstreeks voortvloeiende bestuursbesluiten en rechtmatige uitvoeringshandelingen.
2. Het algemeen bestuur is bij uitsluiting bevoegd ter zake van de behandeling van en de beslissing op een aanvraag om schadevergoeding op basis van artikel 3:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrechten artikel 22 van de Tracéwet, welke bevoegdheden door de Minister zijn overgedragen, doch uitsluitend voor zover deze schade voortvloeit uit het onherroepelijke tracébesluit en daaruit rechtstreeks voortvloeiende bestuursbesluiten en rechtmatige uitvoeringshandelingen.
3. Het algemeen bestuur kan de bevoegdheden, zoals vermeld in lid 1 en 2, mandateren aan de voorzitter.
2. Het algemeen bestuur is bij uitsluiting bevoegd ter zake van de behandeling van en de beslissing op een aanvraag om schadevergoeding op basis van artikel 3:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrechten artikel 22 van de Tracéwet, welke bevoegdheden door de Minister zijn overgedragen, doch uitsluitend voor zover deze schade voortvloeit uit het onherroepelijke tracébesluit en daaruit rechtstreeks voortvloeiende bestuursbesluiten en rechtmatige uitvoeringshandelingen.
3. Het algemeen bestuur kan de bevoegdheden, zoals vermeld in lid 1 en 2, mandateren aan de voorzitter.