BWBR0038850
Geldig vanaf 1998-04-01
Artikel 23
Gemeenschappelijke regeling schadevergoedingsschap HSL-Zuid, A16 en A4
1. De regeling eindigt 1 januari 2026. Tot eerdere opheffing of verlenging van de regeling kan worden besloten op voorstel van het algemeen bestuur door de colleges en de Minister.
2. Een besluit tot opheffing of verlenging is tot stand gekomen zodra het in het eerste lid bedoelde voorstel is aanvaard door de colleges van tenminste twee derden van de deelnemende gemeenten, en de Minister.
3. Het besluit tot tussentijdse opheffing of beëindiging treedt in werking één jaar na de bekendmaking van het besluit.
4. Het algemeen bestuur regelt de gevolgen, daaronder in ieder geval begrepen de financiële gevolgen, van de beëindiging, de verlenging en de tussentijdse opheffing van de regeling. In alle gevallen van beëindiging of tussentijdse opheffing vervalt een eventueel batig saldo aan de Staat der Nederlanden.
5. Ingeval van beëindiging of tussentijdse opheffing besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt daarbij tevens een liquidatieplan vast. Dit liquidatieplan behoeft de goedkeuring van de Minister.
6. Zo nodig blijven de bestuursorganen van het Schap ook na het tijdstip van beëindiging of tussentijdse opheffing in functie totdat de liquidatie van het Schap is voltooid.
2. Een besluit tot opheffing of verlenging is tot stand gekomen zodra het in het eerste lid bedoelde voorstel is aanvaard door de colleges van tenminste twee derden van de deelnemende gemeenten, en de Minister.
3. Het besluit tot tussentijdse opheffing of beëindiging treedt in werking één jaar na de bekendmaking van het besluit.
4. Het algemeen bestuur regelt de gevolgen, daaronder in ieder geval begrepen de financiële gevolgen, van de beëindiging, de verlenging en de tussentijdse opheffing van de regeling. In alle gevallen van beëindiging of tussentijdse opheffing vervalt een eventueel batig saldo aan de Staat der Nederlanden.
5. Ingeval van beëindiging of tussentijdse opheffing besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt daarbij tevens een liquidatieplan vast. Dit liquidatieplan behoeft de goedkeuring van de Minister.
6. Zo nodig blijven de bestuursorganen van het Schap ook na het tijdstip van beëindiging of tussentijdse opheffing in functie totdat de liquidatie van het Schap is voltooid.