BWBR0038850
Geldig vanaf 1998-04-01
Artikel 8
Gemeenschappelijke regeling schadevergoedingsschap HSL-Zuid, A16 en A4
1. Een lid van het algemeen bestuur is aan het college dat hem als lid heeft aangewezen verantwoording verschuldigd voor de uitoefening van zijn lidmaatschap. Onverminderd artikel 16, vijfde lid, Wet gemeenschappelijke regelingengeeft een lid van het algemeen bestuur binnen twee maanden mondeling of schriftelijk de door een of meer leden van het college dat hem als lid heeft aangewezen, gevraagde inlichtingen, tenzij dit in strijd is met het algemeen belang. Het afleggen van verantwoording geschiedt volgens door de betrokken raad nader te stellen regels. Het door de Minister aangewezen lid is aan de Minister verantwoording verschuldigd voor de uitoefening van zijn lidmaatschap.
2. Een lid van het algemeen bestuur kan door het college dat hem heeft benoemd ontslagen worden. Op de procedure van het ontslag van een dergelijk lid zijn de artikelen 49en 50 van de Gemeentewetvan overeenkomstige toepassing. Het door de Minister aangewezen lid kan door de Minister worden ontslagen.
3. Onverminderd artikel 16, vijfde lid, Wet gemeenschappelijke regelingengeeft het dagelijks bestuur binnen twee maanden mondeling of schriftelijk de door een raadslid van een deelnemende gemeente gevraagde inlichtingen, tenzij dit in strijd is met het algemeen belang. Het dagelijks bestuur verstrekt deze inlichtingen tevens aan het algemeen bestuur en de raden van de overige deelnemende gemeenten. Het door de Minister aangewezen lid geeft de Minister mondeling of schriftelijk zo spoedig mogelijk de door de Minister gevraagde inlichtingen.
4. Over al hetgeen het Schap betreft verstrekt het dagelijks bestuur de deelnemers desgevraagd en binnen drie maanden na dat verzoek, inlichtingen, tenzij het verstrekken van inlichtingen in strijd is met de zorgvuldigheid of met het openbaar belang.
2. Een lid van het algemeen bestuur kan door het college dat hem heeft benoemd ontslagen worden. Op de procedure van het ontslag van een dergelijk lid zijn de artikelen 49en 50 van de Gemeentewetvan overeenkomstige toepassing. Het door de Minister aangewezen lid kan door de Minister worden ontslagen.
3. Onverminderd artikel 16, vijfde lid, Wet gemeenschappelijke regelingengeeft het dagelijks bestuur binnen twee maanden mondeling of schriftelijk de door een raadslid van een deelnemende gemeente gevraagde inlichtingen, tenzij dit in strijd is met het algemeen belang. Het dagelijks bestuur verstrekt deze inlichtingen tevens aan het algemeen bestuur en de raden van de overige deelnemende gemeenten. Het door de Minister aangewezen lid geeft de Minister mondeling of schriftelijk zo spoedig mogelijk de door de Minister gevraagde inlichtingen.
4. Over al hetgeen het Schap betreft verstrekt het dagelijks bestuur de deelnemers desgevraagd en binnen drie maanden na dat verzoek, inlichtingen, tenzij het verstrekken van inlichtingen in strijd is met de zorgvuldigheid of met het openbaar belang.