BWBR0038850
Geldig vanaf 1998-04-01
Artikel 11
Gemeenschappelijke regeling schadevergoedingsschap HSL-Zuid, A16 en A4
1. Het dagelijks bestuur bestaat uit tenminste drie leden, te weten de voorzitter, het door de Minister aangewezen lid van het algemeen bestuur, en ten minste één ander door het algemeen bestuur uit zijn midden aangewezen lid.
2. Elk lid van het dagelijks bestuur heeft één stem.
3. Het door de Minister benoemde lid van het dagelijks bestuur wordt benoemd voor onbepaalde tijd. De overige leden van het dagelijks bestuur worden aangewezen voor een zittingsduur van vier jaar. Zij treden af wanneer de zittingsperiode in het college afloopt of wanneer zij ophouden voorzitter van het college te zijn.
4. Het algemeen bestuur besluit in de eerste vergadering van elke zittingsperiode over de aanwijzing van door het algemeen bestuur aan te wijzen leden van het dagelijks bestuur en de plaatsvervangers daarvan. Aftredende leden van het dagelijks bestuur kunnen opnieuw als lid van het dagelijks bestuur aangewezen worden.
5. Het lid dat ophoudt lid van het algemeen bestuur te zijn, houdt tevens op lid van het dagelijks bestuur te zijn.
6. Indien tussentijds een plaats in het dagelijks bestuur beschikbaar komt, wijst het algemeen bestuur zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval binnen 6 maanden, een nieuw lid aan. Wanneer de ontstane vacature gepaard gaat met een vacature in het algemeen bestuur, dan vangt de termijn van 6 maanden aan op het moment dat het dagelijks bestuur de mededeling als bedoeld in artikel 6, zesde lid, ontvangt.
2. Elk lid van het dagelijks bestuur heeft één stem.
3. Het door de Minister benoemde lid van het dagelijks bestuur wordt benoemd voor onbepaalde tijd. De overige leden van het dagelijks bestuur worden aangewezen voor een zittingsduur van vier jaar. Zij treden af wanneer de zittingsperiode in het college afloopt of wanneer zij ophouden voorzitter van het college te zijn.
4. Het algemeen bestuur besluit in de eerste vergadering van elke zittingsperiode over de aanwijzing van door het algemeen bestuur aan te wijzen leden van het dagelijks bestuur en de plaatsvervangers daarvan. Aftredende leden van het dagelijks bestuur kunnen opnieuw als lid van het dagelijks bestuur aangewezen worden.
5. Het lid dat ophoudt lid van het algemeen bestuur te zijn, houdt tevens op lid van het dagelijks bestuur te zijn.
6. Indien tussentijds een plaats in het dagelijks bestuur beschikbaar komt, wijst het algemeen bestuur zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval binnen 6 maanden, een nieuw lid aan. Wanneer de ontstane vacature gepaard gaat met een vacature in het algemeen bestuur, dan vangt de termijn van 6 maanden aan op het moment dat het dagelijks bestuur de mededeling als bedoeld in artikel 6, zesde lid, ontvangt.