BWBR0038639
Geldig vanaf 2016-11-01
Artikel 11
Regeling nationaal autonoom geregelde meetinstrumenten
1. Ingeval van een statische vloeistofhoeveelheidmeter met een peilstok verdeeld in eenheden van lengte, een vloeistofhoogtemeter of een massameter, is een certificaat van meting ter plaatse van de opstelling beschikbaar.
2. Het certificaat van meting, bedoeld in het eerste lid, vermeldt in ieder geval:
a. een uniek nummer en de datum waarop het onderzoek ten behoeve van het opstellen van het certificaat van meting plaats heeft gehad;
b. het nummer van het meetreservoir;
c. de naam van de eigenaar en de plaats van opstelling van het meetreservoir;
d. ingeval van een statische vloeistofhoeveelheidmeter met een peilstok verdeeld in eenheden van lengte of met een vloeistofhoogtemeter, één of meer tabellen waarin de betrekkingen tussen de hoeveelheden vloeistof die zich in het meetreservoir bevinden en de hoogten van de vloeistofspiegels zijn vermeld;
e. ingeval van een statische vloeistofhoeveelheidmeter met een massameter, een tabel waaruit de doorsnede van het meetreservoir ter hoogte van de meetwaardeopnemer is af te leiden of een opgave van de doorsnede van het meetreservoir ter hoogte van de meetwaardeopnemer;
f. indien het meetreservoir is voorzien van meerdere meetopeningen, het verband tussen de hoogten van de vloeistofspiegels, welke in de onder d bedoelde tabel of tabellen zijn vermeld, en de hoogten van de vloeistofspiegels gemeten in elk van de meetopeningen;
g. de minimum door middel van het meetreservoir te meten hoeveelheid of het minimum te meten verschil in hoogte van twee vloeistofspiegels, zijnde tevens de minimum te meten hoogte van een vloeistofspiegel boven de bodem;
h. de soortelijke massa en de temperatuur van de vloeistof waarvoor het certificaat geldt;
i. de constructieve bijzonderheden van het meetreservoir die van belang zijn voor de meting; en
j. de maximaal toelaatbare meetonzekerheid, die niet meer bedraagt dan: 1°. 0,2% van het aangewezen volume voor verticale cilindrische meetreservoirs;
2°. 0,3% van het aangewezen volume voor horizontale of gekantelde cilindrische meetreservoirs;
3°. 0,5% van het aangewezen volume voor andere dan de in onderdeel 1° en 2° bedoelde meetreservoirs.
1°. 0,2% van het aangewezen volume voor verticale cilindrische meetreservoirs;
2°. 0,3% van het aangewezen volume voor horizontale of gekantelde cilindrische meetreservoirs;
3°. 0,5% van het aangewezen volume voor andere dan de in onderdeel 1° en 2° bedoelde meetreservoirs.
3. Indien de statische vloeistofhoeveelheidmeter uitsluitend is ingericht ter vaststelling van de volledige inhoud blijft de vermelding, bedoeld in het tweede lid, onder g, achterwege.
2. Het certificaat van meting, bedoeld in het eerste lid, vermeldt in ieder geval:
a. een uniek nummer en de datum waarop het onderzoek ten behoeve van het opstellen van het certificaat van meting plaats heeft gehad;
b. het nummer van het meetreservoir;
c. de naam van de eigenaar en de plaats van opstelling van het meetreservoir;
d. ingeval van een statische vloeistofhoeveelheidmeter met een peilstok verdeeld in eenheden van lengte of met een vloeistofhoogtemeter, één of meer tabellen waarin de betrekkingen tussen de hoeveelheden vloeistof die zich in het meetreservoir bevinden en de hoogten van de vloeistofspiegels zijn vermeld;
e. ingeval van een statische vloeistofhoeveelheidmeter met een massameter, een tabel waaruit de doorsnede van het meetreservoir ter hoogte van de meetwaardeopnemer is af te leiden of een opgave van de doorsnede van het meetreservoir ter hoogte van de meetwaardeopnemer;
f. indien het meetreservoir is voorzien van meerdere meetopeningen, het verband tussen de hoogten van de vloeistofspiegels, welke in de onder d bedoelde tabel of tabellen zijn vermeld, en de hoogten van de vloeistofspiegels gemeten in elk van de meetopeningen;
g. de minimum door middel van het meetreservoir te meten hoeveelheid of het minimum te meten verschil in hoogte van twee vloeistofspiegels, zijnde tevens de minimum te meten hoogte van een vloeistofspiegel boven de bodem;
h. de soortelijke massa en de temperatuur van de vloeistof waarvoor het certificaat geldt;
i. de constructieve bijzonderheden van het meetreservoir die van belang zijn voor de meting; en
j. de maximaal toelaatbare meetonzekerheid, die niet meer bedraagt dan: 1°. 0,2% van het aangewezen volume voor verticale cilindrische meetreservoirs;
2°. 0,3% van het aangewezen volume voor horizontale of gekantelde cilindrische meetreservoirs;
3°. 0,5% van het aangewezen volume voor andere dan de in onderdeel 1° en 2° bedoelde meetreservoirs.
1°. 0,2% van het aangewezen volume voor verticale cilindrische meetreservoirs;
2°. 0,3% van het aangewezen volume voor horizontale of gekantelde cilindrische meetreservoirs;
3°. 0,5% van het aangewezen volume voor andere dan de in onderdeel 1° en 2° bedoelde meetreservoirs.
3. Indien de statische vloeistofhoeveelheidmeter uitsluitend is ingericht ter vaststelling van de volledige inhoud blijft de vermelding, bedoeld in het tweede lid, onder g, achterwege.