BWBR0038630
Geldig vanaf 2017-01-01
Artikel 4.8
Insiderregeling Financien 2017
1. Het bepaalde in artikel 4.6en artikel 4.7met betrekking tot effectenbezit, financiële belangen of effectentransacties is niet van toepassing indien en zolang de insider een vrije-handbeheerovereenkomst heeft gesloten met een onder wettelijk toezicht staande vermogensbeheerder. Daarbij moet voldaan zijn aan de volgende voorwaarden:
a. de vrije-handbeheerovereenkomst gaat uit van een strikte scheiding tussen eigendom en beheer en heeft betrekking op alle effecten van de insider;
b. de insider stelt de compliance-officer in kennis van het bestaan van de vrije-handbeheerovereenkomst en verstrekt hem daarvan een afschrift;
c. de insider onthoudt zich van het geven van enige instructie, dan wel het anderszins direct of indirect beïnvloeden van enige door de vermogensbeheerder te nemen beslissing betreffende het beheer;
d. de insider meldt wijzigingen in of de beëindiging van de vrije-handbeheerovereenkomst onverwijld aan de compliance-officer;
e. de insider is geen lid van het hoogste bestuursorgaan of medewerker van de (afdeling vermogensbeheer van de) vermogensbeheerder waarmee de vrije-handbeheersovereenkomst is afgesloten;
f in de vrije-handbeheerovereenkomst is bepaald dat de vermogensbeheerder op schriftelijk verzoek van de compliance-officer aan deze een overzicht zal verstrekken van de (mutaties in de) effectenportefeuille en gegevens zal verstrekken betreffende de effectentransacties die op grond van de beheerovereenkomst zijn verricht.
2. De compliance-officer is bevoegd aan de insider een aanwijzing te geven om de vrije-handbeheerovereenkomst te doen wijzigen indien de overeenkomst naar zijn oordeel onvoldoende de scheiding tussen voorkennis en handelingsbevoegdheid waarborgt. Indien de wijziging van de vrije-handbeheerovereenkomst niet volgens de aanwijzing van de compliance-officer geschiedt, gelden de artikelen 4.6en 4.7onverkort.
a. de vrije-handbeheerovereenkomst gaat uit van een strikte scheiding tussen eigendom en beheer en heeft betrekking op alle effecten van de insider;
b. de insider stelt de compliance-officer in kennis van het bestaan van de vrije-handbeheerovereenkomst en verstrekt hem daarvan een afschrift;
c. de insider onthoudt zich van het geven van enige instructie, dan wel het anderszins direct of indirect beïnvloeden van enige door de vermogensbeheerder te nemen beslissing betreffende het beheer;
d. de insider meldt wijzigingen in of de beëindiging van de vrije-handbeheerovereenkomst onverwijld aan de compliance-officer;
e. de insider is geen lid van het hoogste bestuursorgaan of medewerker van de (afdeling vermogensbeheer van de) vermogensbeheerder waarmee de vrije-handbeheersovereenkomst is afgesloten;
f in de vrije-handbeheerovereenkomst is bepaald dat de vermogensbeheerder op schriftelijk verzoek van de compliance-officer aan deze een overzicht zal verstrekken van de (mutaties in de) effectenportefeuille en gegevens zal verstrekken betreffende de effectentransacties die op grond van de beheerovereenkomst zijn verricht.
2. De compliance-officer is bevoegd aan de insider een aanwijzing te geven om de vrije-handbeheerovereenkomst te doen wijzigen indien de overeenkomst naar zijn oordeel onvoldoende de scheiding tussen voorkennis en handelingsbevoegdheid waarborgt. Indien de wijziging van de vrije-handbeheerovereenkomst niet volgens de aanwijzing van de compliance-officer geschiedt, gelden de artikelen 4.6en 4.7onverkort.