BWBR0038630
Geldig vanaf 2017-01-01
Artikel 3.8
Insiderregeling Financien 2017
1. Het verbod op het bezit van effecten of het verrichten van effectentransacties, genoemd in artikel 3.6, eerste lid, is niet van toepassing indien en zolang de insider een vrije-handbeheerovereenkomst heeft gesloten met een onder wettelijk toezicht staande vermogensbeheerder, en tevens wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
a. de vrije-handbeheerovereenkomst gaat uit van een strikte scheiding tussen eigendom en beheer en heeft betrekking op alle effecten van de insider die op de restricted list staan;
b. de insider stelt de compliance-officer in kennis van het bestaan van de vrije-handbeheerovereenkomst en verstrekt hem daarvan een afschrift;
c. de insider is geen lid van het hoogste bestuursorgaan of medewerker van de (afdeling vermogensbeheer van de) vermogensbeheerder waarmee de vrije-handbeheerovereenkomst is gesloten;
d. de insider onthoudt zich van het geven van enige instructie, dan wel het anderszins direct of indirect beïnvloeden van enige door de vermogensbeheerder te nemen beslissing betreffende het beheer;
e. de compliance-officer heeft de insider schriftelijk laten weten dat de vrije-handbeheerovereenkomst voldoet aan de voorwaarden van dit artikel.
2. De compliance-officer is bevoegd aan de insider een aanwijzing te geven om de vrije-handbeheerovereenkomst te doen wijzigen indien de overeenkomst naar zijn oordeel niet voldoet aan de voorwaarden genoemd in het eerste lid. Indien wijziging van de vrije-handbeheerovereenkomst niet volgens de aanwijzing van de compliance-officer geschiedt, geldt het verbod op het bezit van effecten en het verrichten van effectentransacties met effecten die op een restricted list staan onverkort.
3. De insider meldt wijzigingen in of de beëindiging van de vrije-handbeheerovereenkomst onverwijld schriftelijk aan de compliance-officer. Vanaf het moment van beëindiging van de vrije-handbeheerovereenkomst of wijziging van de overeenkomst, waardoor deze niet meer voldoet aan de voorwaarden genoemd in het eerste lid, geldt de in het eerste lid bedoelde uitzondering niet meer.
4. De insider die een vrije-handbeheerovereenkomst als bedoeld in het eerste lid heeft gesloten, stuurt tezamen met de verklaringen als bedoeld in artikel 3.5een kopie van de actuele vrije-handbeheerovereenkomst naar de compliance-officer.
5. Het verbod op het bezit van effecten of het verrichten van effectentransacties, genoemd in artikel 3.6, eerste lid, geldt niet ten aanzien van het bezit van of effectentransacties in rechten van deelneming in een open-end beleggingsinstelling, mits de insider geen invloed heeft op het beleggingsbeleid van de desbetreffende beleggingsinstelling, en geldt ook niet voor afgeleide effecten op niet door de insider te beïnvloeden indexfondsen.
6. Voor de in het vijfde lid genoemde rechten van deelneming en afgeleide effecten geldt de in artikel 3.4, eerste lid, genoemde meldingsplicht niet.
a. de vrije-handbeheerovereenkomst gaat uit van een strikte scheiding tussen eigendom en beheer en heeft betrekking op alle effecten van de insider die op de restricted list staan;
b. de insider stelt de compliance-officer in kennis van het bestaan van de vrije-handbeheerovereenkomst en verstrekt hem daarvan een afschrift;
c. de insider is geen lid van het hoogste bestuursorgaan of medewerker van de (afdeling vermogensbeheer van de) vermogensbeheerder waarmee de vrije-handbeheerovereenkomst is gesloten;
d. de insider onthoudt zich van het geven van enige instructie, dan wel het anderszins direct of indirect beïnvloeden van enige door de vermogensbeheerder te nemen beslissing betreffende het beheer;
e. de compliance-officer heeft de insider schriftelijk laten weten dat de vrije-handbeheerovereenkomst voldoet aan de voorwaarden van dit artikel.
2. De compliance-officer is bevoegd aan de insider een aanwijzing te geven om de vrije-handbeheerovereenkomst te doen wijzigen indien de overeenkomst naar zijn oordeel niet voldoet aan de voorwaarden genoemd in het eerste lid. Indien wijziging van de vrije-handbeheerovereenkomst niet volgens de aanwijzing van de compliance-officer geschiedt, geldt het verbod op het bezit van effecten en het verrichten van effectentransacties met effecten die op een restricted list staan onverkort.
3. De insider meldt wijzigingen in of de beëindiging van de vrije-handbeheerovereenkomst onverwijld schriftelijk aan de compliance-officer. Vanaf het moment van beëindiging van de vrije-handbeheerovereenkomst of wijziging van de overeenkomst, waardoor deze niet meer voldoet aan de voorwaarden genoemd in het eerste lid, geldt de in het eerste lid bedoelde uitzondering niet meer.
4. De insider die een vrije-handbeheerovereenkomst als bedoeld in het eerste lid heeft gesloten, stuurt tezamen met de verklaringen als bedoeld in artikel 3.5een kopie van de actuele vrije-handbeheerovereenkomst naar de compliance-officer.
5. Het verbod op het bezit van effecten of het verrichten van effectentransacties, genoemd in artikel 3.6, eerste lid, geldt niet ten aanzien van het bezit van of effectentransacties in rechten van deelneming in een open-end beleggingsinstelling, mits de insider geen invloed heeft op het beleggingsbeleid van de desbetreffende beleggingsinstelling, en geldt ook niet voor afgeleide effecten op niet door de insider te beïnvloeden indexfondsen.
6. Voor de in het vijfde lid genoemde rechten van deelneming en afgeleide effecten geldt de in artikel 3.4, eerste lid, genoemde meldingsplicht niet.