BWBR0038495
Geldig vanaf 2017-09-13
Artikel 9
Subsidieregeling Tel mee met Taal
1. Een aanvraag tot verlening van een subsidie wordt ingediend via de website https://www.dus-i.nl/subsidies/tel-mee-met-taal.
2. De werkgever dient voor een subsidie op grond van artikel 3een aanvraag in:
a. voor kalenderjaar 2017: in de periode 1 januari 2017 tot en met 30 juni 2017;
b. voor kalenderjaar 2018: i. in de periode 1 januari 2018 tot en met 30 juni 2018; of
ii. in de periode 1 augustus 2018 tot en met 15 oktober 2018;
i. in de periode 1 januari 2018 tot en met 30 juni 2018; of
ii. in de periode 1 augustus 2018 tot en met 15 oktober 2018;
c. kalenderjaar 2019: in de periode 1 juni 2019 tot en met 30 september 2019;
d. voor kalenderjaar 2020: i. in de periode van 1 mei 2020 tot en met 31 mei 2020; of
ii. indien het subsidieplafond bedoeld in artikel 7, eerste lid, niet wordt uitgeput door de aanvragen die zijn ingediend in de periode van 1 mei 2020 tot en met 31 mei 2020, in de periode van 1 september 2020 tot en met 30 september 2020.
i. in de periode van 1 mei 2020 tot en met 31 mei 2020; of
ii. indien het subsidieplafond bedoeld in artikel 7, eerste lid, niet wordt uitgeput door de aanvragen die zijn ingediend in de periode van 1 mei 2020 tot en met 31 mei 2020, in de periode van 1 september 2020 tot en met 30 september 2020.
3. De penvoerder dient voor een subsidie op grond van artikel 4aeen aanvraag in:
a. voor kalenderjaar 2018: i. in de periode 1 januari 2018 tot en met 30 juni 2018; of
ii. in de periode 1 augustus 2018 tot en met 15 oktober 2018;
i. in de periode 1 januari 2018 tot en met 30 juni 2018; of
ii. in de periode 1 augustus 2018 tot en met 15 oktober 2018;
b. voor kalenderjaar 2019: in de periode 1 juni 2019 tot en met 30 september 2019;
c. voor kalenderjaar 2020: i. in de periode van 1 mei 2020 tot en met 31 mei 2020; of
ii. indien het subsidieplafond bedoeld in artikel 7, vierde lid, onder c, niet wordt uitgeput door de aanvragen die zijn ingediend in de periode van 1 mei 2020 tot en met 31 mei 2020, in de periode van 1 september 2020 tot en met 30 september 2020.
i. in de periode van 1 mei 2020 tot en met 31 mei 2020; of
ii. indien het subsidieplafond bedoeld in artikel 7, vierde lid, onder c, niet wordt uitgeput door de aanvragen die zijn ingediend in de periode van 1 mei 2020 tot en met 31 mei 2020, in de periode van 1 september 2020 tot en met 30 september 2020.
4. Een aanvrager kan voor een subsidie op grond van artikel 3of artikel 4a, eerste lid, onder a één aanvraag indienen voor meerdere opleidingstrajecten of voor een taaltraject, een rekentraject en traject digitale vaardigheden.
5. De minister wijst aanvragen die zijn ingediend buiten de perioden, genoemd in het tweede en derde lid, af.
6. Per kalenderjaar, genoemd in het tweede en derde lid, wordt per aanvrager ten hoogste één aanvraag toegekend, met dien verstande dat voor een aanvraag als bedoeld in artikel 4aper groep van verbonden rechtspersonen per periode maximaal één subsidie op aanvraag wordt verstrekt.
2. De werkgever dient voor een subsidie op grond van artikel 3een aanvraag in:
a. voor kalenderjaar 2017: in de periode 1 januari 2017 tot en met 30 juni 2017;
b. voor kalenderjaar 2018: i. in de periode 1 januari 2018 tot en met 30 juni 2018; of
ii. in de periode 1 augustus 2018 tot en met 15 oktober 2018;
i. in de periode 1 januari 2018 tot en met 30 juni 2018; of
ii. in de periode 1 augustus 2018 tot en met 15 oktober 2018;
c. kalenderjaar 2019: in de periode 1 juni 2019 tot en met 30 september 2019;
d. voor kalenderjaar 2020: i. in de periode van 1 mei 2020 tot en met 31 mei 2020; of
ii. indien het subsidieplafond bedoeld in artikel 7, eerste lid, niet wordt uitgeput door de aanvragen die zijn ingediend in de periode van 1 mei 2020 tot en met 31 mei 2020, in de periode van 1 september 2020 tot en met 30 september 2020.
i. in de periode van 1 mei 2020 tot en met 31 mei 2020; of
ii. indien het subsidieplafond bedoeld in artikel 7, eerste lid, niet wordt uitgeput door de aanvragen die zijn ingediend in de periode van 1 mei 2020 tot en met 31 mei 2020, in de periode van 1 september 2020 tot en met 30 september 2020.
3. De penvoerder dient voor een subsidie op grond van artikel 4aeen aanvraag in:
a. voor kalenderjaar 2018: i. in de periode 1 januari 2018 tot en met 30 juni 2018; of
ii. in de periode 1 augustus 2018 tot en met 15 oktober 2018;
i. in de periode 1 januari 2018 tot en met 30 juni 2018; of
ii. in de periode 1 augustus 2018 tot en met 15 oktober 2018;
b. voor kalenderjaar 2019: in de periode 1 juni 2019 tot en met 30 september 2019;
c. voor kalenderjaar 2020: i. in de periode van 1 mei 2020 tot en met 31 mei 2020; of
ii. indien het subsidieplafond bedoeld in artikel 7, vierde lid, onder c, niet wordt uitgeput door de aanvragen die zijn ingediend in de periode van 1 mei 2020 tot en met 31 mei 2020, in de periode van 1 september 2020 tot en met 30 september 2020.
i. in de periode van 1 mei 2020 tot en met 31 mei 2020; of
ii. indien het subsidieplafond bedoeld in artikel 7, vierde lid, onder c, niet wordt uitgeput door de aanvragen die zijn ingediend in de periode van 1 mei 2020 tot en met 31 mei 2020, in de periode van 1 september 2020 tot en met 30 september 2020.
4. Een aanvrager kan voor een subsidie op grond van artikel 3of artikel 4a, eerste lid, onder a één aanvraag indienen voor meerdere opleidingstrajecten of voor een taaltraject, een rekentraject en traject digitale vaardigheden.
5. De minister wijst aanvragen die zijn ingediend buiten de perioden, genoemd in het tweede en derde lid, af.
6. Per kalenderjaar, genoemd in het tweede en derde lid, wordt per aanvrager ten hoogste één aanvraag toegekend, met dien verstande dat voor een aanvraag als bedoeld in artikel 4aper groep van verbonden rechtspersonen per periode maximaal één subsidie op aanvraag wordt verstrekt.