BWBR0038495
Geldig vanaf 2017-09-13
Artikel 4a
Subsidieregeling Tel mee met Taal
1. De minister kan aan een penvoerder op aanvraag een subsidie verstrekken ten behoeve van:
a. een taaltraject, een rekentraject dan wel een traject digitale vaardigheden voor een deelnemer; of
b. overige activiteiten gericht op een deelnemer.
2. Het traject, bedoeld in het eerste lid, onder a, vergroot de rekenvaardigheid, digitale vaardigheid of taalvaardigheid van de deelnemer en wat laatstgenoemde betreft de toepassing daarvan in de communicatie met en over zijn kind of kinderen. Dit draagt bij aan het ontwikkelen van een educatief partnerschap tussen deelnemer, school, instellingen die de jeugdgezondheidszorg uitvoeren, en voorschoolse voorzieningen en stimuleert een educatief thuismilieu.
3. De overige activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onder b, zijn gericht op:
a. het verhogen van de taalvaardigheid, de rekenvaardigheid of de digitale vaardigheid van een deelnemer;
b. het stimuleren van educatief partnerschap tussen deelnemer, school, kinderopvanginstellingen, instellingen die de jeugdgezondheidszorg uitvoeren, en voorschoolse voorzieningen en gericht op taalontwikkeling, ontwikkeling van rekenvaardigheden of ontwikkeling van digitale vaardigheden; of
c. het bevorderen van een educatief thuismilieu en gericht op taalontwikkeling, ontwikkeling van rekenvaardigheden of ontwikkeling van digitale vaardigheden.
4. De minister verstrekt in het kalenderjaar 2018 uitsluitend subsidie voor zover de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, uiterlijk 30 juni 2019 zijn afgerond.
5. In afwijking van het vierde lid wordt subsidie verstrekt voor zover de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, waarvoor een aanvraag wordt ingediend in de periode van 1 augustus 2018 tot en met 15 oktober 2018, uiterlijk 15 oktober 2019 zijn afgerond.
6. De minister verstrekt in het kalenderjaar 2019 uitsluitend subsidie voor de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, waarvoor een subsidieaanvraag is ingediend in de periode van 1 juni 2019 tot en met 30 september 2019 en die uiterlijk 31 december 2020 zijn afgerond.
6a. De minister verstrekt in het kalenderjaar 2020 uitsluitend subsidie voor de activiteiten, bedoeld in het eerste lid:
a. waarvoor een subsidieaanvraag is ingediend in de periode van 1 mei 2020 tot en met 31 mei 2020 en die uiterlijk 31 december 2021 zijn afgerond; of
b. waarvoor een subsidieaanvraag is ingediend in de periode van 1 september 2020 tot en met 30 september 2020 en die uiterlijk 30 april 2022 zijn afgerond.
6b. In afwijking van lid 6a kan de minister op verzoek van de penvoerder in uitzonderlijke gevallen besluiten tot een eenmalige verlenging van de periode, waarin de activiteiten moeten zijn afgerond. Deze verlenging bedraagt ten hoogste 12 maanden.
7. Geen subsidie wordt verstrekt voor:
a. activiteiten die zijn gestart voor het indienen van de aanvraag;
b. een cursus die opleidt tot het inburgeringsexamen bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de Wet Inburgering of een onderdeel daarvan;
c. een opleiding educatie als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onderdeel a tot en met f, van de Wet educatie en beroepsonderwijs dan wel een onderdeel daarvan; of
d. activiteiten die op grond van andere actielijnen van het programma Tel mee met Taal financieel worden of zijn ondersteund.
a. een taaltraject, een rekentraject dan wel een traject digitale vaardigheden voor een deelnemer; of
b. overige activiteiten gericht op een deelnemer.
2. Het traject, bedoeld in het eerste lid, onder a, vergroot de rekenvaardigheid, digitale vaardigheid of taalvaardigheid van de deelnemer en wat laatstgenoemde betreft de toepassing daarvan in de communicatie met en over zijn kind of kinderen. Dit draagt bij aan het ontwikkelen van een educatief partnerschap tussen deelnemer, school, instellingen die de jeugdgezondheidszorg uitvoeren, en voorschoolse voorzieningen en stimuleert een educatief thuismilieu.
3. De overige activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onder b, zijn gericht op:
a. het verhogen van de taalvaardigheid, de rekenvaardigheid of de digitale vaardigheid van een deelnemer;
b. het stimuleren van educatief partnerschap tussen deelnemer, school, kinderopvanginstellingen, instellingen die de jeugdgezondheidszorg uitvoeren, en voorschoolse voorzieningen en gericht op taalontwikkeling, ontwikkeling van rekenvaardigheden of ontwikkeling van digitale vaardigheden; of
c. het bevorderen van een educatief thuismilieu en gericht op taalontwikkeling, ontwikkeling van rekenvaardigheden of ontwikkeling van digitale vaardigheden.
4. De minister verstrekt in het kalenderjaar 2018 uitsluitend subsidie voor zover de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, uiterlijk 30 juni 2019 zijn afgerond.
5. In afwijking van het vierde lid wordt subsidie verstrekt voor zover de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, waarvoor een aanvraag wordt ingediend in de periode van 1 augustus 2018 tot en met 15 oktober 2018, uiterlijk 15 oktober 2019 zijn afgerond.
6. De minister verstrekt in het kalenderjaar 2019 uitsluitend subsidie voor de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, waarvoor een subsidieaanvraag is ingediend in de periode van 1 juni 2019 tot en met 30 september 2019 en die uiterlijk 31 december 2020 zijn afgerond.
6a. De minister verstrekt in het kalenderjaar 2020 uitsluitend subsidie voor de activiteiten, bedoeld in het eerste lid:
a. waarvoor een subsidieaanvraag is ingediend in de periode van 1 mei 2020 tot en met 31 mei 2020 en die uiterlijk 31 december 2021 zijn afgerond; of
b. waarvoor een subsidieaanvraag is ingediend in de periode van 1 september 2020 tot en met 30 september 2020 en die uiterlijk 30 april 2022 zijn afgerond.
6b. In afwijking van lid 6a kan de minister op verzoek van de penvoerder in uitzonderlijke gevallen besluiten tot een eenmalige verlenging van de periode, waarin de activiteiten moeten zijn afgerond. Deze verlenging bedraagt ten hoogste 12 maanden.
7. Geen subsidie wordt verstrekt voor:
a. activiteiten die zijn gestart voor het indienen van de aanvraag;
b. een cursus die opleidt tot het inburgeringsexamen bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de Wet Inburgering of een onderdeel daarvan;
c. een opleiding educatie als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onderdeel a tot en met f, van de Wet educatie en beroepsonderwijs dan wel een onderdeel daarvan; of
d. activiteiten die op grond van andere actielijnen van het programma Tel mee met Taal financieel worden of zijn ondersteund.