BWBR0038495
Geldig vanaf 2017-09-13
Artikel 3
Subsidieregeling Tel mee met Taal
1. De minister kan aan een werkgever ten behoeve van het verbeteren van taalvaardigheid, rekenvaardigheid of digitale vaardigheden van een deelnemer een subsidie verstrekken voor een opleidingstraject.
2. De minister verstrekt uitsluitend subsidie voor een opleidingstraject indien geen sprake is van een cursus die opleidt tot het inburgeringsexamen bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de Wet Inburgeringof een onderdeel daarvan dan wel een opleiding educatie als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onderdeel a tot en met f, van de Wet educatie en beroepsonderwijsof een onderdeel daarvan.
3. De minister verstrekt in de kalenderjaren 2017 en 2018 uitsluitend subsidie voor een opleidingstraject dat aanvangt in het kalenderjaar waarin de aanvraag is ingediend.
4. In afwijking van het derde lid vangt het opleidingstraject waarvoor de subsidieaanvraag is ingediend in de periode van 1 augustus 2018 tot en met 15 oktober 2018 aan vóór 15 april 2019.
5. De minister verstrekt in het kalenderjaar 2019 uitsluitend subsidie voor een opleidingstraject waarvoor een subsidieaanvraag is ingediend in de periode van 1 juni 2019 tot en met 30 september 2019 en dat aanvangt vóór 1 mei 2020.
6. De minister verstrekt in het kalenderjaar 2020 uitsluitend subsidie voor een opleidingstraject:
a. waarvoor een subsidieaanvraag is ingediend in de periode van 1 mei 2020 tot en met 31 mei 2020 en dat aanvangt vóór 1 januari 2021; of
b. waarvoor een subsidieaanvraag is ingediend in de periode van 1 september 2020 tot en met 30 september 2020 en dat aanvangt vóór 1 mei 2021.
2. De minister verstrekt uitsluitend subsidie voor een opleidingstraject indien geen sprake is van een cursus die opleidt tot het inburgeringsexamen bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de Wet Inburgeringof een onderdeel daarvan dan wel een opleiding educatie als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onderdeel a tot en met f, van de Wet educatie en beroepsonderwijsof een onderdeel daarvan.
3. De minister verstrekt in de kalenderjaren 2017 en 2018 uitsluitend subsidie voor een opleidingstraject dat aanvangt in het kalenderjaar waarin de aanvraag is ingediend.
4. In afwijking van het derde lid vangt het opleidingstraject waarvoor de subsidieaanvraag is ingediend in de periode van 1 augustus 2018 tot en met 15 oktober 2018 aan vóór 15 april 2019.
5. De minister verstrekt in het kalenderjaar 2019 uitsluitend subsidie voor een opleidingstraject waarvoor een subsidieaanvraag is ingediend in de periode van 1 juni 2019 tot en met 30 september 2019 en dat aanvangt vóór 1 mei 2020.
6. De minister verstrekt in het kalenderjaar 2020 uitsluitend subsidie voor een opleidingstraject:
a. waarvoor een subsidieaanvraag is ingediend in de periode van 1 mei 2020 tot en met 31 mei 2020 en dat aanvangt vóór 1 januari 2021; of
b. waarvoor een subsidieaanvraag is ingediend in de periode van 1 september 2020 tot en met 30 september 2020 en dat aanvangt vóór 1 mei 2021.