BWBR0038495
Geldig vanaf 2017-09-13
Artikel 7
Subsidieregeling Tel mee met Taal
1. Voor subsidieverstrekking op grond van artikel 3is in het kalenderjaar 2020 in totaal een bedrag beschikbaar van ten hoogste € 2.900.000,–.
2. Voor subsidieverstrekking op grond van artikel 4a, eerste lid, onder a, is voor kalenderjaar 2018 voor de aanvragen die zijn ingediend in de periode van 1 januari 2018 tot en met 30 juni 2018 een bedrag beschikbaar van ten hoogste € 3.000.000,–.
3. Voor subsidieverstrekking op grond van artikel 4a, eerste lid, onder b, is voor kalenderjaar 2018 voor de aanvragen die zijn ingediend in de periode van 1 januari 2018 tot en met 30 juni 2018 een bedrag beschikbaar van ten hoogste € 1.000.000,–.
4. Voor subsidieverstrekking op grond van artikel 4a, eerste lid, onder a en b, is voor de aanvragen die zijn ingediend in totaal een bedrag beschikbaar van:
a. voor kalenderjaar 2018 voor de aanvragen die zijn ingediend in de periode van 1 augustus 2018 tot en met 15 oktober 2018: ten hoogste € 2.300.000,–;
b. voor kalenderjaar 2019: ten hoogste € 3.000.000,–;
c. voor kalenderjaar 2020: ten hoogste € 1.300.000,–.
5. Indien het bedrag, bedoeld in het eerste lid, of het bedrag, bedoeld in het vierde lid, onder c, niet wordt uitgeput door de aanvragen die zijn ingediend in de periode van 1 mei 2020 tot en met 31 mei 2020, wordt het resterende bedrag aangewend voor de aanvragen die zijn ingediend in de periode van 1 september 2020 tot en met 30 september 2020.
2. Voor subsidieverstrekking op grond van artikel 4a, eerste lid, onder a, is voor kalenderjaar 2018 voor de aanvragen die zijn ingediend in de periode van 1 januari 2018 tot en met 30 juni 2018 een bedrag beschikbaar van ten hoogste € 3.000.000,–.
3. Voor subsidieverstrekking op grond van artikel 4a, eerste lid, onder b, is voor kalenderjaar 2018 voor de aanvragen die zijn ingediend in de periode van 1 januari 2018 tot en met 30 juni 2018 een bedrag beschikbaar van ten hoogste € 1.000.000,–.
4. Voor subsidieverstrekking op grond van artikel 4a, eerste lid, onder a en b, is voor de aanvragen die zijn ingediend in totaal een bedrag beschikbaar van:
a. voor kalenderjaar 2018 voor de aanvragen die zijn ingediend in de periode van 1 augustus 2018 tot en met 15 oktober 2018: ten hoogste € 2.300.000,–;
b. voor kalenderjaar 2019: ten hoogste € 3.000.000,–;
c. voor kalenderjaar 2020: ten hoogste € 1.300.000,–.
5. Indien het bedrag, bedoeld in het eerste lid, of het bedrag, bedoeld in het vierde lid, onder c, niet wordt uitgeput door de aanvragen die zijn ingediend in de periode van 1 mei 2020 tot en met 31 mei 2020, wordt het resterende bedrag aangewend voor de aanvragen die zijn ingediend in de periode van 1 september 2020 tot en met 30 september 2020.