BWBR0038255
Geldig vanaf 2016-07-14
Artikel 10
Beleidsregels niet-incidentele artikel 3 loterijvergunningen
1. De raad van bestuur verbindt als voorschrift aan de vergunning dat de vergunninghouder maatregelen treft om voldoende te waarborgen dat de vergunninghouder en de personen die binnen zijn organisatie werkzaamheden uitvoeren die verband houden met de organisatie van de vergunde kansspelen, de voorschriften naleven die zijn gesteld bij of krachtens de weten de Sanctiewet 1977.
2. De raad van bestuur verbindt als voorschrift aan de vergunning dat de vergunninghouder werkzaamheden die verband houden met de organisatie van de vergunde kansspelen uitsluitend uitbesteedt aan een derde, indien te allen tijde in ieder geval voldoende is gewaarborgd dat:
a. die derde en alle anderen die door of vanwege die derde worden ingeschakeld om werkzaamheden uit te voeren die verband houden met de organisatie van de vergunde kansspelen, de voorschriften naleven die zijn gesteld bij of krachtens de wet en de Sanctiewet 1977; en
b. de doelmatige en doeltreffende uitvoering van het toezicht op de naleving van de voorschriften, bedoeld onder a, door de uitbesteding niet wordt belemmerd.
2. De raad van bestuur verbindt als voorschrift aan de vergunning dat de vergunninghouder werkzaamheden die verband houden met de organisatie van de vergunde kansspelen uitsluitend uitbesteedt aan een derde, indien te allen tijde in ieder geval voldoende is gewaarborgd dat:
a. die derde en alle anderen die door of vanwege die derde worden ingeschakeld om werkzaamheden uit te voeren die verband houden met de organisatie van de vergunde kansspelen, de voorschriften naleven die zijn gesteld bij of krachtens de wet en de Sanctiewet 1977; en
b. de doelmatige en doeltreffende uitvoering van het toezicht op de naleving van de voorschriften, bedoeld onder a, door de uitbesteding niet wordt belemmerd.