BWBR0038255
Geldig vanaf 2016-07-14
Artikel 3
Beleidsregels niet-incidentele artikel 3 loterijvergunningen
1. De raad van bestuur wijst een aanvraag voor een vergunning in ieder geval af, indien de aanvrager niet kan aantonen dat hij:
a. rechtspersoonlijkheid bezit;
b. is opgericht in overeenstemming met de wetgeving van een staat die partij is bij het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie of de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte; en
c. zijn statutaire zetel, zijn hoofdbestuur of zijn hoofdvestiging in een staat als bedoeld in onderdeel b heeft.
2. Indien de hoofdvestiging van de aanvrager zich buiten Nederland bevindt, verbindt de raad van bestuur als voorschrift aan de vergunning dat deze uitsluitend wordt geëxploiteerd door een nevenvestiging van de aanvrager die zich wel in Nederland bevindt.
a. rechtspersoonlijkheid bezit;
b. is opgericht in overeenstemming met de wetgeving van een staat die partij is bij het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie of de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte; en
c. zijn statutaire zetel, zijn hoofdbestuur of zijn hoofdvestiging in een staat als bedoeld in onderdeel b heeft.
2. Indien de hoofdvestiging van de aanvrager zich buiten Nederland bevindt, verbindt de raad van bestuur als voorschrift aan de vergunning dat deze uitsluitend wordt geëxploiteerd door een nevenvestiging van de aanvrager die zich wel in Nederland bevindt.