1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast de ambtenaren of andere personen die door Onze Minister zijn aangewezen.
2. Onverminderd het eerste lid kan Onze Minister van Financiën een of meer rechtspersonen aanwijzen die belast zijn met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze afdeling bepaalde met betrekking tot het financieel verkeer, door:
a. financiële ondernemingen die ingevolge de Wet op het financieel toezicht in Nederland het bedrijf van bank mogen uitoefenen,
b. financiële ondernemingen die ingevolge de Wet op het financieel toezicht in Nederland rechten van deelneming in een beleggingsinstelling mogen aanbieden of beheerder van een beleggingsinstelling mogen zijn,
c. financiële ondernemingen die ingevolge de Wet op het financieel toezicht in Nederland het bedrijf van wisselinstelling mogen uitoefenen,
d. financiële ondernemingen die ingevolge de Wet op het financieel toezicht in Nederland beleggingsdiensten mogen verlenen,
e. de pensioenfondsen, bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet en de beroepspensioenfondsen, bedoeld in artikel 1 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling,
f. financiële ondernemingen die ingevolge de Wet op het financieel toezicht in Nederland het bedrijf van verzekeraar mogen uitoefenen,
g. het notarieel pensioenfonds, bedoeld in artikel 4 van de Wet tot invoering van een leeftijdsgrens voor het notarisambt en oprichting van een notarieel pensioenfonds,
h. de trustkantoren die zijn ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet toezicht trustkantoren 2018,
i. financiële ondernemingen die ingevolge de Wet op het financieel toezicht in Nederland het bedrijf van elektronischgeldinstelling mogen uitoefenen,
j. financiële ondernemingen die ingevolge de Wet op het financieel toezicht in Nederland het bedrijf van betaaldienstverlener mogen uitoefenen;
k. financiële ondernemingen die ingevolge de Wet op het financieel toezicht in Nederland rechten van deelneming in een icbe mogen aanbieden of beheerder van een icbe mogen zijn;
l. aanbieders van cryptoactivadiensten waarop de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme van toepassing is.
3. Ten aanzien van personen die door een op grond van het tweede lid aangewezen rechtspersoon belast zijn met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze afdeling bepaalde zijn de bepalingen van
hoofdstuk 5, afdeling 5.2, van de Algemene wet bestuursrechtvan overeenkomstige toepassing.
4. Van een besluit tot aanwijzing op grond van het eerste of tweede lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.