BWBR0038255
Geldig vanaf 2016-07-14
Artikel 12
Beleidsregels niet-incidentele artikel 3 loterijvergunningen
1. De raad van bestuur wijst een aanvraag voor een vergunning af, indien de aanvrager onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de betrouwbaarheid van de aanvrager, de personen die zijn beleid bepalen of medebepalen en uiteindelijk belanghebbenden buiten twijfel staat.
2. Ten behoeve van de beoordeling van de betrouwbaarheid van de aanvrager en van personen als bedoeld in het eerste lid verlangt de raad van bestuur van de aanvrager alle informatie die de raad van bestuur daartoe van belang acht en waarover de aanvrager redelijkerwijs kan beschikken. Dit omvat in ieder geval informatie over:
a. de eigendoms- en zeggenschapsstructuur van de aanvrager;
b. de identiteit van de personen als bedoeld in het eerste lid.
3. De raad van bestuur neemt bij de beoordeling van de betrouwbaarheid van de aanvrager en van personen als bedoeld in het eerste lid in ieder geval in aanmerking:
a. overtredingen van de bij of krachtens de wet en van de kansspelwetgeving van andere staten gestelde voorschriften;
b. de mate waarin de vergunninghouder heeft voldaan aan zijn financiële verplichtingen uit: 1°. bestuurlijke sancties wegens overtredingen van bij of krachtens de wet gestelde voorschriften;
2°. de Wet op de kansspelbelasting;
1°. bestuurlijke sancties wegens overtredingen van bij of krachtens de wet gestelde voorschriften;
2°. de Wet op de kansspelbelasting;
voor zover de raad van bestuur hieromtrent over informatie beschikt.
4. De raad van bestuur verbindt als voorschrift aan de vergunning dat de vergunninghouder over organisatorische en administratieve procedures en maatregelen beschikt om de integere exploitatie van de vergunning te waarborgen. Deze procedures en maatregelen zien in ieder geval toe op het tegengaan van:
a. belangenverstrengeling;
b. strafbare feiten of andere wettelijke overtredingen die het vertrouwen in de vergunninghouder of de kansspelmarkt kunnen schaden.
2. Ten behoeve van de beoordeling van de betrouwbaarheid van de aanvrager en van personen als bedoeld in het eerste lid verlangt de raad van bestuur van de aanvrager alle informatie die de raad van bestuur daartoe van belang acht en waarover de aanvrager redelijkerwijs kan beschikken. Dit omvat in ieder geval informatie over:
a. de eigendoms- en zeggenschapsstructuur van de aanvrager;
b. de identiteit van de personen als bedoeld in het eerste lid.
3. De raad van bestuur neemt bij de beoordeling van de betrouwbaarheid van de aanvrager en van personen als bedoeld in het eerste lid in ieder geval in aanmerking:
a. overtredingen van de bij of krachtens de wet en van de kansspelwetgeving van andere staten gestelde voorschriften;
b. de mate waarin de vergunninghouder heeft voldaan aan zijn financiële verplichtingen uit: 1°. bestuurlijke sancties wegens overtredingen van bij of krachtens de wet gestelde voorschriften;
2°. de Wet op de kansspelbelasting;
1°. bestuurlijke sancties wegens overtredingen van bij of krachtens de wet gestelde voorschriften;
2°. de Wet op de kansspelbelasting;
voor zover de raad van bestuur hieromtrent over informatie beschikt.
4. De raad van bestuur verbindt als voorschrift aan de vergunning dat de vergunninghouder over organisatorische en administratieve procedures en maatregelen beschikt om de integere exploitatie van de vergunning te waarborgen. Deze procedures en maatregelen zien in ieder geval toe op het tegengaan van:
a. belangenverstrengeling;
b. strafbare feiten of andere wettelijke overtredingen die het vertrouwen in de vergunninghouder of de kansspelmarkt kunnen schaden.