BWBR0038055
Geldig vanaf 2016-07-15
Artikel 21
Tijdelijke regeling cofinanciering projecten dienstverlening werkzoekenden en projecten samenwerking en regie arbeidsmarkt
1. Na verlening van de subsidie kan een voorschot van 10 procent van het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde subsidiebedrag worden verstrekt.
2. Iedere periode van zes maanden na verlening van het eerste voorschot, kan op basis van het in de subsidiebeschikking bepaalde tijdpad een tussentijds voorschot worden verstrekt, tot een maximum van 80 procent van het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde subsidiebedrag.
3. De subsidieontvanger doet binnen twee maanden na afloop van de periode van zes maanden waarvoor een voorschot is verleend melding aan de minister, als:
a. de subsidiabele kosten in die periode 75 procent of minder bedragen dan de in de subsidiebeschikking vermelde subsidiabele kosten voor die periode; en
b. de voorschotten per periode van twaalf maanden gemiddeld € 200.000 of meer bedragen.
4. Een voorschot kan slechts worden toegekend, indien:
a. de subsidieaanvrager op het aanvraagformulier, bedoeld in artikel 8, tweede lid, heeft aangegeven een voorschot te willen ontvangen;
b. de subsidieaanvrager een liquiditeitsprognose heeft overgelegd; en
c. de subsidieaanvrager of, indien sprake is van een samenwerkingsverband, een of meerdere andere partijen die onderdeel uitmaken van het samenwerkingsverband, zich garant heeft of hebben gesteld voor ten minste 80 procent van het aangevraagde subsidiebedrag.
2. Iedere periode van zes maanden na verlening van het eerste voorschot, kan op basis van het in de subsidiebeschikking bepaalde tijdpad een tussentijds voorschot worden verstrekt, tot een maximum van 80 procent van het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde subsidiebedrag.
3. De subsidieontvanger doet binnen twee maanden na afloop van de periode van zes maanden waarvoor een voorschot is verleend melding aan de minister, als:
a. de subsidiabele kosten in die periode 75 procent of minder bedragen dan de in de subsidiebeschikking vermelde subsidiabele kosten voor die periode; en
b. de voorschotten per periode van twaalf maanden gemiddeld € 200.000 of meer bedragen.
4. Een voorschot kan slechts worden toegekend, indien:
a. de subsidieaanvrager op het aanvraagformulier, bedoeld in artikel 8, tweede lid, heeft aangegeven een voorschot te willen ontvangen;
b. de subsidieaanvrager een liquiditeitsprognose heeft overgelegd; en
c. de subsidieaanvrager of, indien sprake is van een samenwerkingsverband, een of meerdere andere partijen die onderdeel uitmaken van het samenwerkingsverband, zich garant heeft of hebben gesteld voor ten minste 80 procent van het aangevraagde subsidiebedrag.