BWBR0038055
Geldig vanaf 2016-07-15
Artikel 16
Tijdelijke regeling cofinanciering projecten dienstverlening werkzoekenden en projecten samenwerking en regie arbeidsmarkt
1. Voor subsidie komen in aanmerking:
a. loonkosten voor zover deze berekend zijn op basis van het aantal werkelijk gerealiseerde uren tegen een individueel berekend uurtarief op basis van het brutoloon, vermeerderd met een percentage van 32 procent van dit brutoloon, en waarbij bij de bepaling van de loonkosten per uur een norm wordt gehanteerd van 1.720 uur bij een dienstverband van 40 uur per week of het maximaal aantal werkbare uren gebaseerd op afspraken in de betreffende cao;
b. vergoedingen of verstrekkingen aan de vrijwilliger, bedoeld in artikel 2, zesde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor zover het gezamenlijke bedrag van de vergoedingen en verstrekkingen niet meer bedraagt dan de aldaar genoemde bedragen;
c. externe kosten; en
d. een toeslag van 15 procent op de kosten, bedoeld in de onderdelen a, b en c.
2. De kosten, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b en c, zijn door of op verzoek van de subsidieontvanger daadwerkelijk gemaakt en betaald, ten laste van het project gebleven en rechtstreeks aan de uitvoering van het project toe te rekenen.
3. Alleen kosten als bedoeld in het eerste lid die zijn gemaakt vanaf het moment dat het aanvraagtijdvak waarin de subsidieaanvraag is ingediend, is geopend, komen voor subsidie in aanmerking.
a. loonkosten voor zover deze berekend zijn op basis van het aantal werkelijk gerealiseerde uren tegen een individueel berekend uurtarief op basis van het brutoloon, vermeerderd met een percentage van 32 procent van dit brutoloon, en waarbij bij de bepaling van de loonkosten per uur een norm wordt gehanteerd van 1.720 uur bij een dienstverband van 40 uur per week of het maximaal aantal werkbare uren gebaseerd op afspraken in de betreffende cao;
b. vergoedingen of verstrekkingen aan de vrijwilliger, bedoeld in artikel 2, zesde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor zover het gezamenlijke bedrag van de vergoedingen en verstrekkingen niet meer bedraagt dan de aldaar genoemde bedragen;
c. externe kosten; en
d. een toeslag van 15 procent op de kosten, bedoeld in de onderdelen a, b en c.
2. De kosten, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b en c, zijn door of op verzoek van de subsidieontvanger daadwerkelijk gemaakt en betaald, ten laste van het project gebleven en rechtstreeks aan de uitvoering van het project toe te rekenen.
3. Alleen kosten als bedoeld in het eerste lid die zijn gemaakt vanaf het moment dat het aanvraagtijdvak waarin de subsidieaanvraag is ingediend, is geopend, komen voor subsidie in aanmerking.