BWBR0038055
Geldig vanaf 2016-07-15
Artikel 13
Tijdelijke regeling cofinanciering projecten dienstverlening werkzoekenden en projecten samenwerking en regie arbeidsmarkt
1. De minister kan binnen de doelstellingen van een project dienstverlening subsidie verstrekken voor:
a. activiteiten die gericht zijn op het bieden van ondersteuning bij ontslag en de aanvraag van een WW-uitkering aan met ontslag bedreigde werknemers als bedoeld in artikel 30a, eerste lid, onderdeel b, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
b. activiteiten die gericht zijn op het bieden van ondersteuning bij de oriëntatie op loopbaan- of werkmogelijkheden aan werkzoekende werknemers of WW-gerechtigden die op het moment van aanvang van de activiteiten korter dan zes maanden een WW-uitkering ontvangen; of
c. activiteiten die gericht zijn op het bieden van scholing aan werkzoekende werknemers of WW-gerechtigden die op het moment van aanvang van de activiteiten korter dan zes maanden een WW-uitkering ontvangen.
2. De minister kan tevens subsidie verstrekken voor activiteiten als bedoeld in artikel 15, eerste lid, aanhef en onderdelen a tot en met c, voor zover hieraan niet meer dan 25 procent van de subsidiabele kosten wordt besteed.
a. activiteiten die gericht zijn op het bieden van ondersteuning bij ontslag en de aanvraag van een WW-uitkering aan met ontslag bedreigde werknemers als bedoeld in artikel 30a, eerste lid, onderdeel b, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
b. activiteiten die gericht zijn op het bieden van ondersteuning bij de oriëntatie op loopbaan- of werkmogelijkheden aan werkzoekende werknemers of WW-gerechtigden die op het moment van aanvang van de activiteiten korter dan zes maanden een WW-uitkering ontvangen; of
c. activiteiten die gericht zijn op het bieden van scholing aan werkzoekende werknemers of WW-gerechtigden die op het moment van aanvang van de activiteiten korter dan zes maanden een WW-uitkering ontvangen.
2. De minister kan tevens subsidie verstrekken voor activiteiten als bedoeld in artikel 15, eerste lid, aanhef en onderdelen a tot en met c, voor zover hieraan niet meer dan 25 procent van de subsidiabele kosten wordt besteed.