BWBR0037981
Geldig vanaf 2016-05-25
Artikel 2.9
Beleidsregel verlagen subsidie POP
1. Indien een subsidieontvanger een beheeractiviteit waartoe hij zich heeft verbonden niet of niet juist uitvoert, wordt de subsidie voor die beheeractiviteit verlaagd overeenkomstig het verlagingspercentage in Bijlage 2.
2. Indien een niet-naleving, als bedoeld in het eerste lid, wordt geconstateerd, wordt de subsidie overeenkomstig artikel 36 van verordening 640/2014geschorst en de subsidieontvanger verzocht de niet-naleving te herstellen binnen een termijn van maximaal 3 maanden, tenzij:
a. sprake is van opzettelijke nalatigheid; of
b. herstel niet meer mogelijk is.
3. Bij de bepaling van de hersteltermijn, als bedoeld in het tweede lid, wordt rekening gehouden met de fysieke omstandigheden ter plaatse.
4. Indien meerdere niet-nalevingen zijn geconstateerd, wordt per geconstateerde niet-naleving een verlaging vastgesteld en worden de verlagingen gecumuleerd.
5. De verlaging, zoals bedoeld in het eerste lid, wordt toegepast op de jaarbetaling. De verlaging wordt berekend als een percentage van de maximale vergoeding voor de betreffende beheeractiviteit.
2. Indien een niet-naleving, als bedoeld in het eerste lid, wordt geconstateerd, wordt de subsidie overeenkomstig artikel 36 van verordening 640/2014geschorst en de subsidieontvanger verzocht de niet-naleving te herstellen binnen een termijn van maximaal 3 maanden, tenzij:
a. sprake is van opzettelijke nalatigheid; of
b. herstel niet meer mogelijk is.
3. Bij de bepaling van de hersteltermijn, als bedoeld in het tweede lid, wordt rekening gehouden met de fysieke omstandigheden ter plaatse.
4. Indien meerdere niet-nalevingen zijn geconstateerd, wordt per geconstateerde niet-naleving een verlaging vastgesteld en worden de verlagingen gecumuleerd.
5. De verlaging, zoals bedoeld in het eerste lid, wordt toegepast op de jaarbetaling. De verlaging wordt berekend als een percentage van de maximale vergoeding voor de betreffende beheeractiviteit.