BWBR0037981
Geldig vanaf 2016-05-25
Artikel 2.7
Beleidsregel verlagen subsidie POP
1. Indien een subsidieontvanger de oppervlakte waarop hij beheer uitvoert gebruikt om te voldoen aan de verplichting om een ecologisch aandachtsgebied als bedoeld in artikel 2.17 van de Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLBte realiseren, ongeacht of hij daartoe gebruik maakt van een door de minister erkende certificeringsregeling, wordt de jaarbetaling verlaagd.
2. De verlaging, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend door de ingezette oppervlakte te vermenigvuldigen met de component inkomstenderving, indien die component deel uitmaakt van het tarief dat geldt voor de betreffende subsidiabele activiteit.
3. De verlaging, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend door de ingezette oppervlakte te vermenigvuldigen met het tarief dat geldt voor de betreffende subsidiabele activiteit, indien de betreffende oppervlakte wordt ingezet als een beheerde rand of strook als bedoeld in de certificeringsregeling, bedoeld in artikel 19, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB.
4. De berekeningswijzen, bedoeld in het tweede en derde lid, worden slechts toegepast voor zover de subsidiabele activiteit gelijk is aan de activiteit die de subsidieontvanger moet verrichten als onderdeel van de verplichting om een ecologisch aandachtsgebied te realiseren.
2. De verlaging, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend door de ingezette oppervlakte te vermenigvuldigen met de component inkomstenderving, indien die component deel uitmaakt van het tarief dat geldt voor de betreffende subsidiabele activiteit.
3. De verlaging, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend door de ingezette oppervlakte te vermenigvuldigen met het tarief dat geldt voor de betreffende subsidiabele activiteit, indien de betreffende oppervlakte wordt ingezet als een beheerde rand of strook als bedoeld in de certificeringsregeling, bedoeld in artikel 19, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB.
4. De berekeningswijzen, bedoeld in het tweede en derde lid, worden slechts toegepast voor zover de subsidiabele activiteit gelijk is aan de activiteit die de subsidieontvanger moet verrichten als onderdeel van de verplichting om een ecologisch aandachtsgebied te realiseren.