BWBR0037981
Geldig vanaf 2016-05-25
Artikel 2.3
Beleidsregel verlagen subsidie POP
1. Indien een subsidieontvanger voorschriften inzake het beheer niet naleeft of de betrokken landbouwgrond niet voldoet aan de terreinkenmerken die voor de subsidie zijn voorgeschreven, wordt de subsidie verlaagd of ingetrokken overeenkomstig Bijlage 1.
2. Indien een niet-naleving, als bedoeld in het eerste lid, wordt geconstateerd, wordt de subsidie overeenkomstig artikel 36 van verordening 640/2014geschorst en de subsidieontvanger verzocht de niet-naleving te herstellen binnen een termijn van maximaal 3 maanden, tenzij:
a. sprake is van opzettelijke nalatigheid; of
b. herstel niet meer mogelijk is.
3. Bij de bepaling van de hersteltermijn, als bedoeld in het tweede lid, wordt rekening gehouden met de fysieke omstandigheden ter plaatse.
4. Indien sprake is van een herhaalde niet-naleving van de voorschriften inzake het beheer als bedoeld in artikel 35, derde lid, vijfde alinea, van verordening 640/2014, wordt het kortingspercentage dat voortvloeit uit het eerste lid verhoogd met:
a. 10% bij een eerste herhaling;
b. 20% bij een tweede herhaling;
c. 30% bij een derde of verdere herhaling.
5. Indien meerdere niet-nalevingen zijn geconstateerd, wordt per geconstateerde niet-naleving een verlaging vastgesteld en worden de verlagingen gecumuleerd.
6. De verlaging, bedoeld in het eerste lid van dit artikel, wordt berekend als een percentage van de jaarbetaling voor de betreffende beheereenheid.
2. Indien een niet-naleving, als bedoeld in het eerste lid, wordt geconstateerd, wordt de subsidie overeenkomstig artikel 36 van verordening 640/2014geschorst en de subsidieontvanger verzocht de niet-naleving te herstellen binnen een termijn van maximaal 3 maanden, tenzij:
a. sprake is van opzettelijke nalatigheid; of
b. herstel niet meer mogelijk is.
3. Bij de bepaling van de hersteltermijn, als bedoeld in het tweede lid, wordt rekening gehouden met de fysieke omstandigheden ter plaatse.
4. Indien sprake is van een herhaalde niet-naleving van de voorschriften inzake het beheer als bedoeld in artikel 35, derde lid, vijfde alinea, van verordening 640/2014, wordt het kortingspercentage dat voortvloeit uit het eerste lid verhoogd met:
a. 10% bij een eerste herhaling;
b. 20% bij een tweede herhaling;
c. 30% bij een derde of verdere herhaling.
5. Indien meerdere niet-nalevingen zijn geconstateerd, wordt per geconstateerde niet-naleving een verlaging vastgesteld en worden de verlagingen gecumuleerd.
6. De verlaging, bedoeld in het eerste lid van dit artikel, wordt berekend als een percentage van de jaarbetaling voor de betreffende beheereenheid.