BWBR0037517
Geldig vanaf 2016-03-15
Artikel 8
Wet tijdelijke tolheffing Blankenburgverbinding en ViA15
1. In afwijking van <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/4:112" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 4:112 van de Algemene wet bestuursrecht</a>wordt een aanmaning slechts gezonden aan de houder, wiens woon- of verblijfplaats bekend is.
2. Bij ministeriële regeling kan, in afwijking van <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/4:112" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 4:112 van de Algemene wet bestuursrecht</a>, een termijn worden gesteld waarbinnen de houder, bedoeld in artikel 7, eerste lid, na aanmaning dient te betalen.
3. In afwijking van <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/4:112" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 4:112, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht</a>vermeldt de aanmaning dat bij niet tijdige betaling een bestuurlijke boete kan worden opgelegd en de boete kan worden afgedwongen door op kosten van de houder, uit te voeren invorderingsmaatregelen.
4. Gedurende de termijn van een jaar na de datum, bedoeld in artikel 5, eerste lid, wordt geen vergoeding voor de aanmaning in rekening gebracht.
2. Bij ministeriële regeling kan, in afwijking van <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/4:112" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 4:112 van de Algemene wet bestuursrecht</a>, een termijn worden gesteld waarbinnen de houder, bedoeld in artikel 7, eerste lid, na aanmaning dient te betalen.
3. In afwijking van <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/4:112" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 4:112, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht</a>vermeldt de aanmaning dat bij niet tijdige betaling een bestuurlijke boete kan worden opgelegd en de boete kan worden afgedwongen door op kosten van de houder, uit te voeren invorderingsmaatregelen.
4. Gedurende de termijn van een jaar na de datum, bedoeld in artikel 5, eerste lid, wordt geen vergoeding voor de aanmaning in rekening gebracht.