BWBR0037517
Geldig vanaf 2016-03-15
Artikel 6
Wet tijdelijke tolheffing Blankenburgverbinding en ViA15
1. Een vrijstelling van artikel 7, eerste lid, geldt voor motorrijtuigen die blijkens:
a. een door Onze Minister van Defensie aangehouden registratie worden gebruikt door het Ministerie van Defensie;
b. een door Onze Minister van Defensie bekend gestelde registratie worden gebruikt door een bevriende krijgsmacht.
2. Een vrijstelling van artikel 7, eerste lid, geldt voor bij ministeriële regeling aangewezen motorrijtuigen in het geval van bij die regeling omschreven calamiteiten en beheer- en onderhoudswerkzaamheden.
3. Onze Minister kan bij uitzondering een vrijstelling verlenen van artikel 7, eerste lid, als dat wenselijk is in het belang van de verkeersdoorstroming, de openbare orde en veiligheid of in het algemeen belang.
4. De houder kan bij Onze Minister een ontheffing van artikel 7, eerste lid, aanvragen voor:
a. motorrijtuigen met de aanduiding voor speciale doeleinden SC (ambulances) en die worden gebruikt voor het vervoer van zieken of gewonden, of voor motorrijtuigen die bij ministeriële regeling worden gelijkgesteld met een ambulance;
b. motorrijtuigen die zijn ingericht en uitsluitend worden gebruikt voor het vervoer van een stoffelijk overschot;
c. motorrijtuigen die uitsluitend worden gebruikt door politie of brandweer.
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen aan een ontheffing, bedoeld in het vierde lid, voorwaarden en beperkingen worden gesteld.
a. een door Onze Minister van Defensie aangehouden registratie worden gebruikt door het Ministerie van Defensie;
b. een door Onze Minister van Defensie bekend gestelde registratie worden gebruikt door een bevriende krijgsmacht.
2. Een vrijstelling van artikel 7, eerste lid, geldt voor bij ministeriële regeling aangewezen motorrijtuigen in het geval van bij die regeling omschreven calamiteiten en beheer- en onderhoudswerkzaamheden.
3. Onze Minister kan bij uitzondering een vrijstelling verlenen van artikel 7, eerste lid, als dat wenselijk is in het belang van de verkeersdoorstroming, de openbare orde en veiligheid of in het algemeen belang.
4. De houder kan bij Onze Minister een ontheffing van artikel 7, eerste lid, aanvragen voor:
a. motorrijtuigen met de aanduiding voor speciale doeleinden SC (ambulances) en die worden gebruikt voor het vervoer van zieken of gewonden, of voor motorrijtuigen die bij ministeriële regeling worden gelijkgesteld met een ambulance;
b. motorrijtuigen die zijn ingericht en uitsluitend worden gebruikt voor het vervoer van een stoffelijk overschot;
c. motorrijtuigen die uitsluitend worden gebruikt door politie of brandweer.
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen aan een ontheffing, bedoeld in het vierde lid, voorwaarden en beperkingen worden gesteld.