Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. advocaat: advocaat als bedoeld in: 1. de Advocatenwet of de Advocatenwet BES;
2. artikel 1, tweede lid, van Richtlijn 77/249/EEG van de Raad van 22 maart 1977 tot vergemakkelijking van de daadwerkelijke uitoefening door advocaten van het vrij verrichten van diensten (PbEG 1977, 78), voor zover werkzaam in de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte;
1. de Advocatenwet of de Advocatenwet BES;
2. artikel 1, tweede lid, van Richtlijn 77/249/EEG van de Raad van 22 maart 1977 tot vergemakkelijking van de daadwerkelijke uitoefening door advocaten van het vrij verrichten van diensten (PbEG 1977, 78), voor zover werkzaam in de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte;
b. commissie: de tijdelijke toetsingscommissie, bedoeld in artikel 9;
c. journalist: degene die beroepsmatig informatie verzamelt, verspreidt of publiceert ten behoeve van het publieke debat;
d. de betrokken minister: 1. ten aanzien van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst: de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
2. ten aanzien van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst: de Minister van Defensie;
1. ten aanzien van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst: de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
2. ten aanzien van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst: de Minister van Defensie;
e. wet: de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002;
f. commissie van toezicht: de commissie bedoeld in artikel 64 van de wet.
a. advocaat: advocaat als bedoeld in: 1. de Advocatenwet of de Advocatenwet BES;
2. artikel 1, tweede lid, van Richtlijn 77/249/EEG van de Raad van 22 maart 1977 tot vergemakkelijking van de daadwerkelijke uitoefening door advocaten van het vrij verrichten van diensten (PbEG 1977, 78), voor zover werkzaam in de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte;
1. de Advocatenwet of de Advocatenwet BES;
2. artikel 1, tweede lid, van Richtlijn 77/249/EEG van de Raad van 22 maart 1977 tot vergemakkelijking van de daadwerkelijke uitoefening door advocaten van het vrij verrichten van diensten (PbEG 1977, 78), voor zover werkzaam in de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte;
b. commissie: de tijdelijke toetsingscommissie, bedoeld in artikel 9;
c. journalist: degene die beroepsmatig informatie verzamelt, verspreidt of publiceert ten behoeve van het publieke debat;
d. de betrokken minister: 1. ten aanzien van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst: de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
2. ten aanzien van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst: de Minister van Defensie;
1. ten aanzien van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst: de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
2. ten aanzien van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst: de Minister van Defensie;
e. wet: de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002;
f. commissie van toezicht: de commissie bedoeld in artikel 64 van de wet.