BWBR0037095
Geldig vanaf 2018-01-01
Artikel 33
Wet basisregistratie ondergrond
1. Na ontvangst van een melding als bedoeld in artikel 30, eerste lid, onderzoekt Onze Minister onmiddellijk het authentieke gegeven waarop de melding betrekking heeft.
2. Onze Minister beslist op de melding binnen drie werkdagen na ontvangst van de melding, tenzij Onze Minister daarvoor nader onderzoek door de bronhouder van het desbetreffende authentieke gegeven noodzakelijk acht. In dat geval zendt Onze Minister een afschrift van de melding naar de bronhouder en plaatst hij bij het desbetreffende authentieke gegeven in de registratie ondergrond de aantekening «in onderzoek».
3. Voor zover dat ingevolge het tweede lid noodzakelijk is, onderzoekt de bronhouder het authentieke gegeven. De bronhouder verstrekt de resultaten van het nader onderzoek zo spoedig mogelijk, maar niet later dan veertien weken na ontvangst van de melding, aan Onze Minister. Op basis van de resultaten van het nader onderzoek door de bronhouder beslist Onze Minister zo spoedig mogelijk op de melding, maar niet later dan zestien weken na ontvangst van de melding.
4. Onze Minister verwijdert, voor zover van toepassing, de aantekening «in onderzoek» bij het desbetreffende authentieke gegeven tegelijk met de verwerking van de wijziging dan wel opneming van dat gegeven in de registratie ondergrond, of, indien Onze Minister beslist niet tot wijziging of opneming van het desbetreffende authentieke gegeven over te gaan, tegelijk met die beslissing.
5. Onze Minister maakt zijn beslissing omtrent de wijziging respectievelijk opneming van het desbetreffende authentieke gegeven in de registratie ondergrond onmiddellijk bekend aan het bestuursorgaan of drinkwaterbedrijf dat de melding heeft gedaan.
2. Onze Minister beslist op de melding binnen drie werkdagen na ontvangst van de melding, tenzij Onze Minister daarvoor nader onderzoek door de bronhouder van het desbetreffende authentieke gegeven noodzakelijk acht. In dat geval zendt Onze Minister een afschrift van de melding naar de bronhouder en plaatst hij bij het desbetreffende authentieke gegeven in de registratie ondergrond de aantekening «in onderzoek».
3. Voor zover dat ingevolge het tweede lid noodzakelijk is, onderzoekt de bronhouder het authentieke gegeven. De bronhouder verstrekt de resultaten van het nader onderzoek zo spoedig mogelijk, maar niet later dan veertien weken na ontvangst van de melding, aan Onze Minister. Op basis van de resultaten van het nader onderzoek door de bronhouder beslist Onze Minister zo spoedig mogelijk op de melding, maar niet later dan zestien weken na ontvangst van de melding.
4. Onze Minister verwijdert, voor zover van toepassing, de aantekening «in onderzoek» bij het desbetreffende authentieke gegeven tegelijk met de verwerking van de wijziging dan wel opneming van dat gegeven in de registratie ondergrond, of, indien Onze Minister beslist niet tot wijziging of opneming van het desbetreffende authentieke gegeven over te gaan, tegelijk met die beslissing.
5. Onze Minister maakt zijn beslissing omtrent de wijziging respectievelijk opneming van het desbetreffende authentieke gegeven in de registratie ondergrond onmiddellijk bekend aan het bestuursorgaan of drinkwaterbedrijf dat de melding heeft gedaan.