BWBR0037095
Geldig vanaf 2018-01-01
Artikel 30
Wet basisregistratie ondergrond
1. Een bestuursorgaan of drinkwaterbedrijf dat gerede twijfel heeft over de juistheid van een in de registratie ondergrond opgenomen authentiek gegeven over een verkenning, gebruiksrecht of constructie of het ontbreken van een dergelijk gegeven in de registratie ondergrond doet daarvan onder opgaaf van redenen melding aan Onze Minister.
2. Een bestuursorgaan of drinkwaterbedrijf dat gerede twijfel heeft over de schematische weergave van de ondergrond op een bepaalde plaats binnen een in de registratie ondergrond opgenomen authentiek model of over een authentiek gegeven over dat model, doet daarvan onder opgaaf van redenen melding aan Onze Minister. Voor zover de melding betrekking heeft op een authentiek model, kan het bestuursorgaan of drinkwaterbedrijf aan Onze Minister het verzoek doen om het authentiek model tussentijds te actualiseren, indien de noodzaak daartoe dringend aanwezig is.
3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gegeven over:
a. de gevallen waarin een melding als bedoeld in het eerste lid of tweede lid, eerste volzin, achterwege kan blijven, en
b. een beperking van de kring van bestuursorganen die verplicht zijn toepassing te geven aan het eerste of tweede lid.
2. Een bestuursorgaan of drinkwaterbedrijf dat gerede twijfel heeft over de schematische weergave van de ondergrond op een bepaalde plaats binnen een in de registratie ondergrond opgenomen authentiek model of over een authentiek gegeven over dat model, doet daarvan onder opgaaf van redenen melding aan Onze Minister. Voor zover de melding betrekking heeft op een authentiek model, kan het bestuursorgaan of drinkwaterbedrijf aan Onze Minister het verzoek doen om het authentiek model tussentijds te actualiseren, indien de noodzaak daartoe dringend aanwezig is.
3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gegeven over:
a. de gevallen waarin een melding als bedoeld in het eerste lid of tweede lid, eerste volzin, achterwege kan blijven, en
b. een beperking van de kring van bestuursorganen die verplicht zijn toepassing te geven aan het eerste of tweede lid.