BWBR0037095
Geldig vanaf 2018-01-01
Artikel 23
Wet basisregistratie ondergrond
1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen:
a. andere dan de in de artikelen 19, eerste lid, 20, eerste lid, 21, eerste lid, en 22, tweede lid, bedoelde gegevens worden aangewezen, die als niet-authentiek gegeven in de registratie ondergrond worden opgenomen;
b. andere dan de in de artikelen 19, eerste lid, 20, eerste lid, 21, eerste lid, en 22, tweede lid, bedoelde authentieke gegevens worden aangewezen, die als authentiek gegeven in de registratie ondergrond worden opgenomen.
2. Een algemene maatregel van bestuur op grond van het eerste lid, onderdeel a, wordt slechts vastgesteld, indien:
a. de kenbaarheid van het desbetreffende gegeven van belang is met het oog op een goede uitvoering van de registratie ondergrond, en
b. er geen gewichtige redenen zijn die zich daartegen verzetten.
3. Een algemene maatregel van bestuur op grond van het eerste lid, onderdeel b, wordt slechts vastgesteld, indien:
a. de kenbaarheid van het desbetreffende gegeven van belang blijkt voor het doel van de basisregistratie ondergrond, bedoeld in artikel 2, tweede lid, en
b. er geen gewichtige redenen zijn die zich daartegen verzetten.
a. andere dan de in de artikelen 19, eerste lid, 20, eerste lid, 21, eerste lid, en 22, tweede lid, bedoelde gegevens worden aangewezen, die als niet-authentiek gegeven in de registratie ondergrond worden opgenomen;
b. andere dan de in de artikelen 19, eerste lid, 20, eerste lid, 21, eerste lid, en 22, tweede lid, bedoelde authentieke gegevens worden aangewezen, die als authentiek gegeven in de registratie ondergrond worden opgenomen.
2. Een algemene maatregel van bestuur op grond van het eerste lid, onderdeel a, wordt slechts vastgesteld, indien:
a. de kenbaarheid van het desbetreffende gegeven van belang is met het oog op een goede uitvoering van de registratie ondergrond, en
b. er geen gewichtige redenen zijn die zich daartegen verzetten.
3. Een algemene maatregel van bestuur op grond van het eerste lid, onderdeel b, wordt slechts vastgesteld, indien:
a. de kenbaarheid van het desbetreffende gegeven van belang blijkt voor het doel van de basisregistratie ondergrond, bedoeld in artikel 2, tweede lid, en
b. er geen gewichtige redenen zijn die zich daartegen verzetten.