BWBR0036014
Geldig vanaf 2019-12-17
Artikel 5.7
Regeling langdurige zorg
1. Het zorgkantoor verleent een verzekerde een persoonsgebonden budget indien de subsidieperiode waarvoor het wordt aangevraagd:
a. met een onderbreking van niet meer dan eenendertig kalenderdagen aansluit op een eerdere subsidieperiode waarin de verzekerde een persoonsgebonden budget ontving, of
b. aansluit op een periode waarin de verzekerde verbleef in een instelling als bedoeld in de wet of de Zorgverzekeringswet en dit verblijf aansloot op een eerdere subsidieperiode voor een persoonsgebonden budget.
2. De artikelen 5.5, 5.8en 5.9, onder a, zijn niet van toepassing op het verlenen van een persoonsgebonden budget met toepassing van het eerste lid.
a. met een onderbreking van niet meer dan eenendertig kalenderdagen aansluit op een eerdere subsidieperiode waarin de verzekerde een persoonsgebonden budget ontving, of
b. aansluit op een periode waarin de verzekerde verbleef in een instelling als bedoeld in de wet of de Zorgverzekeringswet en dit verblijf aansloot op een eerdere subsidieperiode voor een persoonsgebonden budget.
2. De artikelen 5.5, 5.8en 5.9, onder a, zijn niet van toepassing op het verlenen van een persoonsgebonden budget met toepassing van het eerste lid.