BWBR0036014
Geldig vanaf 2019-12-17
Artikel 4.6
Regeling langdurige zorg
Het bedrag van de extra vrijlating, bedoeld in artikel 4.2, aanhef en onder d, bedraagt 25% van het verschil tussen het op grond van artikel 3.3.2.3, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit, na toepassing van de artikelen 4.3 tot en met 4.5, berekende bedrag en:
a. € 10.932, indien het gaat om een ongehuwde verzekerde die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt;
b. € 12.830, indien het gaat om gehuwde verzekerden tezamen, waarvan ten minste één de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt;
c. € 8.660, indien het gaat om een ongehuwde verzekerde die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt, of
d. € 17.438, indien het gaat om gehuwde verzekerden tezamen die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet hebben bereikt.
a. € 10.932, indien het gaat om een ongehuwde verzekerde die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt;
b. € 12.830, indien het gaat om gehuwde verzekerden tezamen, waarvan ten minste één de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt;
c. € 8.660, indien het gaat om een ongehuwde verzekerde die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt, of
d. € 17.438, indien het gaat om gehuwde verzekerden tezamen die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet hebben bereikt.