BWBR0035836
Geldig vanaf 01-01-2015
Artikel 5
Beleidsregel vergunningverlening van de NIWO
1. De vakbekwaamheid wordt ingebracht door een persoon, de vervoersmanager, die de vereiste kennis bezit. Dit wordt aangetoond door overlegging van een erkend vakdiploma.
2. Een interne vervoersmanager moet:
a. een woonplaats in de Europese Unie hebben;
b. de daadwerkelijke en permanente leiding geven aan de vervoersactiviteiten van de onderneming;
c. een reële band met de onderneming hebben (bijvoorbeeld als werknemer, directeur, eigenaar).
3. Een interne vervoersmanager mag in de hoedanigheid van vervoersmanager leiding geven aan: één vervoersonderneming of één holding met een onbeperkt aantal vrachtauto’s.
4. De onder lid 3 bedoelde vervoersmanager mag daarenboven in de hoedanigheid van interne of externe vervoersmanager bij maximaal drie andere vervoersondernemingen zijn vakbekwaamheid inbrengen zolang het wagenpark van de vervoersondernemingen bij elkaar niet meer bedraagt dan vijftig vrachtauto’s.
De anticumulatiebepaling houdt in dat een interne vervoersmanager in beginsel bij één vervoersonderneming of één holding leiding mag geven aan een onbeperkt aantal vrachtauto’s. Zodra de interne vervoersmanager daarenboven bij meer dan één vervoersonderneming zijn vakbekwaamheid als interne of externe vervoersmanager inbrengt, is hij voor die vervoersondernemingen gehouden aan de beperkingen die gelden voor de externe vervoersmanager (maximaal vier vervoersondernemingen met een totaal wagenpark van maximaal vijftig vrachtauto’s).
5. Een externe vervoersmanager:
a. moet een woonplaats in de Europese Unie hebben;
b. moet daadwerkelijk en permanent leiding geven aan de vervoersactiviteiten van de onderneming;
c. moet op grond van een contract werkzaam zijn waarin in ieder geval diens verantwoordelijkheden als vervoersmanager worden bepaald en de taken worden omschreven die die persoon moet uitvoeren. De in het contract omschreven taken bestaan met name uit het beheren van het voertuigonderhoud, de controle van de vervoerscontracten en vervoersdocumenten, de basisboekhouding, de toewijzing van ladingen of diensten aan de bestuurders en vrachtauto’s en controle van de veiligheidsprocedures;
d. kan in de hoedanigheid van vervoersmanager geen beheerder van vervoersactiviteiten zijn van meer dan vier verschillende vervoersondernemingen met een totaal wagenpark van maximaal vijftig vrachtauto’s;
e. kan niet tevens werkzaam zijn bij de opdrachtgever van de onderneming waarbij hij de vakbekwaamheid inbrengt.
6. De NIWO beoordeelt de externe vervoersmanager in ieder geval aan de hand van bewijsstukken met betrekking tot:
a. managementovereenkomst, waarin in ieder geval diens verantwoordelijkheden als vervoersmanager worden bepaald en de taken worden omschreven die deze persoon daadwerkelijk en op permanente wijze moet uitvoeren, zoals omschreven in lid 5;
b. redelijke beloning, waarbij wordt aangesloten bij de relevante functieklassen uit de CAO;
c. het aantal uren dat de vervoersmanager gemiddeld per week beschikbaar is voor de onderneming;
d. een in het Handelsregister ingeschreven volmacht ten aanzien van de in lid 5 onder c bedoelde vervoersactiviteiten.
7. Indien de NIWO vaststelt dat niet langer aan de eis van vakbekwaamheid wordt voldaan, kan er op verzoek van de aanvrager een maximale termijn van zes maanden worden verleend om een nieuwe vervoersmanager aan te trekken. De termijn van zes maanden kan met drie maanden worden verlengd bij overlijden of lichamelijke ongeschiktheid van de vervoersmanager. Hiertoe dient een afschrift van de overlijdensakte of een medische verklaring te worden overgelegd.
8. De in lid 7 bedoelde termijn vangt aan met ingang van de dag na die waarop de NIWO heeft vastgesteld dat niet langer aan de eis van vakbekwaamheid wordt voldaan.
9. Indien de in lid 7 bedoelde termijn wordt verleend en de communautaire vergunning expireert binnen deze periode, wordt een communautaire vergunning geacht te zijn verlengd voor die termijn en stelt de NIWO de aanvrager in het bezit van gewaarmerkte, tijdelijke afschriften.
2. Een interne vervoersmanager moet:
a. een woonplaats in de Europese Unie hebben;
b. de daadwerkelijke en permanente leiding geven aan de vervoersactiviteiten van de onderneming;
c. een reële band met de onderneming hebben (bijvoorbeeld als werknemer, directeur, eigenaar).
3. Een interne vervoersmanager mag in de hoedanigheid van vervoersmanager leiding geven aan: één vervoersonderneming of één holding met een onbeperkt aantal vrachtauto’s.
4. De onder lid 3 bedoelde vervoersmanager mag daarenboven in de hoedanigheid van interne of externe vervoersmanager bij maximaal drie andere vervoersondernemingen zijn vakbekwaamheid inbrengen zolang het wagenpark van de vervoersondernemingen bij elkaar niet meer bedraagt dan vijftig vrachtauto’s.
De anticumulatiebepaling houdt in dat een interne vervoersmanager in beginsel bij één vervoersonderneming of één holding leiding mag geven aan een onbeperkt aantal vrachtauto’s. Zodra de interne vervoersmanager daarenboven bij meer dan één vervoersonderneming zijn vakbekwaamheid als interne of externe vervoersmanager inbrengt, is hij voor die vervoersondernemingen gehouden aan de beperkingen die gelden voor de externe vervoersmanager (maximaal vier vervoersondernemingen met een totaal wagenpark van maximaal vijftig vrachtauto’s).
5. Een externe vervoersmanager:
a. moet een woonplaats in de Europese Unie hebben;
b. moet daadwerkelijk en permanent leiding geven aan de vervoersactiviteiten van de onderneming;
c. moet op grond van een contract werkzaam zijn waarin in ieder geval diens verantwoordelijkheden als vervoersmanager worden bepaald en de taken worden omschreven die die persoon moet uitvoeren. De in het contract omschreven taken bestaan met name uit het beheren van het voertuigonderhoud, de controle van de vervoerscontracten en vervoersdocumenten, de basisboekhouding, de toewijzing van ladingen of diensten aan de bestuurders en vrachtauto’s en controle van de veiligheidsprocedures;
d. kan in de hoedanigheid van vervoersmanager geen beheerder van vervoersactiviteiten zijn van meer dan vier verschillende vervoersondernemingen met een totaal wagenpark van maximaal vijftig vrachtauto’s;
e. kan niet tevens werkzaam zijn bij de opdrachtgever van de onderneming waarbij hij de vakbekwaamheid inbrengt.
6. De NIWO beoordeelt de externe vervoersmanager in ieder geval aan de hand van bewijsstukken met betrekking tot:
a. managementovereenkomst, waarin in ieder geval diens verantwoordelijkheden als vervoersmanager worden bepaald en de taken worden omschreven die deze persoon daadwerkelijk en op permanente wijze moet uitvoeren, zoals omschreven in lid 5;
b. redelijke beloning, waarbij wordt aangesloten bij de relevante functieklassen uit de CAO;
c. het aantal uren dat de vervoersmanager gemiddeld per week beschikbaar is voor de onderneming;
d. een in het Handelsregister ingeschreven volmacht ten aanzien van de in lid 5 onder c bedoelde vervoersactiviteiten.
7. Indien de NIWO vaststelt dat niet langer aan de eis van vakbekwaamheid wordt voldaan, kan er op verzoek van de aanvrager een maximale termijn van zes maanden worden verleend om een nieuwe vervoersmanager aan te trekken. De termijn van zes maanden kan met drie maanden worden verlengd bij overlijden of lichamelijke ongeschiktheid van de vervoersmanager. Hiertoe dient een afschrift van de overlijdensakte of een medische verklaring te worden overgelegd.
8. De in lid 7 bedoelde termijn vangt aan met ingang van de dag na die waarop de NIWO heeft vastgesteld dat niet langer aan de eis van vakbekwaamheid wordt voldaan.
9. Indien de in lid 7 bedoelde termijn wordt verleend en de communautaire vergunning expireert binnen deze periode, wordt een communautaire vergunning geacht te zijn verlengd voor die termijn en stelt de NIWO de aanvrager in het bezit van gewaarmerkte, tijdelijke afschriften.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0035836
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl