BWBR0035836
Geldig vanaf 01-01-2015
Artikel 3
Beleidsregel vergunningverlening van de NIWO
1. De onderneming en de vervoersmanager moeten voldoen aan de eis van betrouwbaarheid.
2. De betrouwbaarheid van natuurlijke personen en rechtspersonen wordt aangetoond met een Verklaring Omtrent het Gedrag voor de functie van wegvervoerondernemer goederenvervoer niet ouder dan twee maanden gerekend vanaf de datum van de aanvraag voor verlening of verlenging van een communautaire vergunning. Voor natuurlijke personen wordt een Verklaring Omtrent het Gedrag voor natuurlijke personen overgelegd. Voor rechtspersonen wordt een Verklaring Omtrent het Gedrag voor rechtspersonen overgelegd. 3. De NIWO kan tussentijds de overlegging van een Verklaring Omtrent het Gedrag opvragen, indien daartoe aanleiding is. Daarvan zal in ieder geval sprake zijn indien de inbreng van de vakbekwaamheid wijzigt dan wel de samenstelling van de directie of het bestuur.
4. Indien de NIWO vaststelt dat de onderneming niet meer voldoet aan de eis van betrouwbaarheid, kan er op verzoek van de aanvrager een maximale termijn van zes maanden worden verleend om aan de eis van betrouwbaarheid te voldoen. De termijn van zes maanden kan met drie maanden worden verlengd bij overlijden of lichamelijke ongeschiktheid. Hiertoe dient een afschrift van de overlijdensakte of een medische verklaring te worden overgelegd.
5. De in lid 4 bedoelde termijn vangt aan met ingang van de dag na die waarop de NIWO heeft vastgesteld dat niet langer aan de eis van betrouwbaarheid wordt voldaan.
6. Indien de in lid 4 bedoelde termijn wordt verleend en de communautaire vergunning expireert binnen deze periode, wordt een communautaire vergunning geacht te zijn verlengd voor die termijn en stelt de NIWO de aanvrager in het bezit van gewaarmerkte, tijdelijke afschriften.
7. In afwijking van de vorige leden heeft de NIWO de bevoegdheid om de vervoerder of de vervoersmanager onbetrouwbaar te verklaren, indien er jegens de vervoersmanager of de vervoersonderneming een onherroepelijke veroordeling of sanctie wegens een van de zeer ernstige inbreuken van de communautaire wetgeving als bedoeld in bijlage IV van de verordening 1071/2009/EG is opgelegd.
2. De betrouwbaarheid van natuurlijke personen en rechtspersonen wordt aangetoond met een Verklaring Omtrent het Gedrag voor de functie van wegvervoerondernemer goederenvervoer niet ouder dan twee maanden gerekend vanaf de datum van de aanvraag voor verlening of verlenging van een communautaire vergunning. Voor natuurlijke personen wordt een Verklaring Omtrent het Gedrag voor natuurlijke personen overgelegd. Voor rechtspersonen wordt een Verklaring Omtrent het Gedrag voor rechtspersonen overgelegd. 3. De NIWO kan tussentijds de overlegging van een Verklaring Omtrent het Gedrag opvragen, indien daartoe aanleiding is. Daarvan zal in ieder geval sprake zijn indien de inbreng van de vakbekwaamheid wijzigt dan wel de samenstelling van de directie of het bestuur.
4. Indien de NIWO vaststelt dat de onderneming niet meer voldoet aan de eis van betrouwbaarheid, kan er op verzoek van de aanvrager een maximale termijn van zes maanden worden verleend om aan de eis van betrouwbaarheid te voldoen. De termijn van zes maanden kan met drie maanden worden verlengd bij overlijden of lichamelijke ongeschiktheid. Hiertoe dient een afschrift van de overlijdensakte of een medische verklaring te worden overgelegd.
5. De in lid 4 bedoelde termijn vangt aan met ingang van de dag na die waarop de NIWO heeft vastgesteld dat niet langer aan de eis van betrouwbaarheid wordt voldaan.
6. Indien de in lid 4 bedoelde termijn wordt verleend en de communautaire vergunning expireert binnen deze periode, wordt een communautaire vergunning geacht te zijn verlengd voor die termijn en stelt de NIWO de aanvrager in het bezit van gewaarmerkte, tijdelijke afschriften.
7. In afwijking van de vorige leden heeft de NIWO de bevoegdheid om de vervoerder of de vervoersmanager onbetrouwbaar te verklaren, indien er jegens de vervoersmanager of de vervoersonderneming een onherroepelijke veroordeling of sanctie wegens een van de zeer ernstige inbreuken van de communautaire wetgeving als bedoeld in bijlage IV van de verordening 1071/2009/EG is opgelegd.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0035836
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl